Artikel 447 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Lid 1
Op de volgende roerende zaken mag geen beslag worden gelegd:
zaken die behoren tot de inboedel, bedoeld in artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, van de door de schuldenaar bewoonde woning;
de kleding van de schuldenaar en van de tot zijn gezin behorende huisgenoten;
de in de woning aanwezige voorraad levensmiddelen;
zaken die de schuldenaar en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de persoonlijke verzorging en de algemene dagelijkse levensbehoeften;
de in de woonruimte aanwezige zaken die de schuldenaar en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de verwerving van de noodzakelijke middelen van bestaan, dan wel voor hun scholing of studie;
zaken van hoogstpersoonlijke aard;
gezelschapsdieren van de schuldenaar en van de tot zijn gezin behorende huisgenoten, alsmede de voor de verzorging van deze dieren noodzakelijke zaken.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid is beslag wel toegestaan op de in het lid onder a tot en met f genoemde zaken die in de gegeven omstandigheden bovenmatig zijn. Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden bepaald welke zaken, hetzij afzonderlijk, hetzij door de aanwezigheid van andere, al dan niet gelijksoortige zaken, als bovenmatig zijn aan te merken. Daarbij kan voor bepaalde zaken of categorieën van zaken worden bepaald tot welke waarde bovenmatigheid niet wordt aangenomen.
Lid 3
Indien beslag wordt gelegd op een bovenmatige zaak die de geëxecuteerde of de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs niet kan missen, stelt de deurwaarder de geëxecuteerde in de gelegenheid om de bovenmatige zaak te vervangen door een niet als bovenmatig aan te merken vergelijkbare zaak.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het eerste lid bedoelde roerende zaken worden aangewezen waarop geen beslag mag worden gelegd.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 447 Rv is sinds 2005 in 32 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Rotterdam en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:HR:2007:BA5806 — 29-06-2007 Hoge Raad
Faillissementsrecht; faillissementsbeslag, gereedschappen van ambachtslieden en werklieden. Afgewezen verzoek van gefailleerde VOF en firmanten de curator te verbieden hun persoonlijke gereedschappen te verkopen, strekking van art. 21 F. jo. art. 447 Rv. (81 RO). - ECLI:NL:GHARL:2024:2151 — 26-03-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Incident ex artikel 351 Rv. Tussenarrest. Vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad ter voorkoming van een executoriale verkoop van een taxiauto wordt afgewezen. Belangenafweging. - ECLI:NL:GHAMS:2022:3418 — 06-12-2022 Hof Amsterdam
Eindarrest in bodemprocedure Scholte/gemeente Den Helder. Bij tussenarrest van 15 maart 2022 had het hof onder meer geoordeeld dat Scholte sinds 30 juni 2017 zonder recht of titel in het voormalig postkantoor in Den Helder zat, dat de gemeente hem en zijn gezin mocht ontruimen… - ECLI:NL:GHAMS:2022:2180 — 26-07-2022 Hof Amsterdam
Kort geding. Executiegeschil. Gemeente mag overgaan tot veiling van inbeslaggenomen kunstcollectie. - ECLI:NL:GHARL:2022:3671 — 10-05-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Hoger beroep verzetprocedure ex artikel 17 Invorderingswet 1990.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.