Artikel 461a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Indien de in beslag genomen zaak is verpand en de pandhouder bevoegd is tot executie over te gaan, kan hij, zo nodig overeenkomstig artikel 496 afgifte van de zaak vorderende, de executie overnemen en zelf executeren met inachtneming van de bepalingen betreffende executie krachtens pandrecht.

Lid 2

Rusten op een zaak meer pandrechten, dan komt deze bevoegdheid uitsluitend toe aan de hoogst gerangschikte pandhouder, die tot executie wenst over te gaan.

Lid 3

De pandhouder, die van deze bevoegdheid gebruik wil maken, dient zulks uiterlijk op het tijdstip van de verkoop bij exploot aan de beslaglegger, aan te zeggen met opgave van de termijn binnen welke hij tot verkoop zal overgaan.

Lid 4

Zolang geen aanzegging als voormeld plaatsvindt, blijft de beslaglegger bevoegd de executie voort te zetten.

Recente uitspraken

Art. 461a Rv is sinds 2011 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag en Rb. Zutphen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:2510 — 05-02-2025 Rb. Den Haag
    Gedaagde heeft een aanzienlijke vordering op één van eisers en heeft in dat verband executoriaal beslag gelegd op roerende goederen. Geen sprake van misbruik van (beslag- en executie)recht als bedoeld in artikel 3:13 BW. Geen grond voor teruggave goederen. Afwijzing vorderingen.
  • ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0314 — 07-12-2011 Rb. Zutphen
    Het betrof onder meer de vraag of een beslaglegger onrechtmatig heeft gehandeld jegens een stille pandhouder (i.c. de Ontvanger) door de beslagen goederen te verkopen zonder daarbij de artikelen 463 tot en met 466 Rv (openbare verkoop en tijdige aankondiging daarvan) in acht te…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.