Artikel 6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht in zaken betreffende:

  1. verbintenissen uit overeenkomst, indien de verbintenis die aan de eis of het verzoek ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd;

  2. een individuele arbeidsovereenkomst of een agentuurovereenkomst, indien de arbeid gewoonlijk in Nederland of op een Nederlands zeeschip als bedoeld in artikel 695 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek wordt verricht of laatstelijk gewoonlijk werd verricht;

  3. een individuele arbeidsovereenkomst, indien de arbeid tijdelijk in Nederland wordt verricht, voorzover het betreft een rechtsvordering met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden, welke is gegrond op artikel 2 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, artikel 7, 7a, 13 of 15 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 2a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, artikel 8, artikel 8a of 11 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, alsmede artikel 5, eerste lid, onder b, d, e, of f, van de Algemene wet gelijke behandeling;

  4. een overeenkomst die wordt gesloten door een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, indien die natuurlijke persoon in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft en de partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf aldaar commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op Nederland en de overeenkomst onder die activiteiten valt;

  5. verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of zich kan voordoen;

  6. zakelijke rechten op, alsmede huur en verhuur, pacht en verpachting van in Nederland gelegen onroerende zaken;

  7. nalatenschappen, indien de erflater zijn laatste woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland had;

  8. de geldigheid, de nietigheid of de ontbinding van in Nederland gevestigde vennootschappen of rechtspersonen; de geldigheid, nietigheid of rechtsgevolgen van hun besluiten of die van hun organen, dan wel de rechten en verplichtingen van hun leden of vennoten als zodanig;

  9. faillissement, surséance van betaling of schuldsaneringsregeling natuurlijke personen indien het faillissement, de surséance van betaling of de toepassing van de schuldsaneringsregeling in Nederland is uitgesproken of verleend.

Recente uitspraken

Art. 6 Rv is sinds 2003 in 427 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Den Haag en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2019:566 — 12-04-2019 Hoge Raad
    IPR. Rechtsmacht. Ambtshalve onderzoek in hoger beroep naar grondslag voor rechtsmacht. Maatstaf voor het onderzoek naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. Rechtsmacht op basis van conservatoir vreemdelingenbeslag (forum arresti) (art. 10 Rv in verbinding met art. 767…
  • ECLI:NL:HR:2015:36 — 09-01-2015 Hoge Raad
    Procesrecht; internationale bevoegdheid Nederlandse rechter; art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo. Vordering tot vergoeding van vermogensschade van in Nederland gevestigde rechtspersoon tegen elders woonachtige personen op grond van onrechtmatig handelen in Tsjechië. Prejudiciële…
  • ECLI:NL:HR:2009:BI6317 — 11-09-2009 Hoge Raad
    Procesrecht. Internationaal privaatrecht. Vordering tot nietigverklaring van ontslag en doorbetaling loon van consulair medewerker van het Koninkrijk Marokko die te Rotterdam chauffeurswerkzaamheden verrichtte; civiele rechtsmacht Nederlandse rechter? Volkenrechtelijke…
  • ECLI:NL:HR:2007:BA9611 — 30-11-2007 Hoge Raad
    Procesrecht. Alternatieve (relatieve) bevoegdheid bij geschil waarin omtrent de externe werking van een vennootschapsbesluit slechts kan worden beslist nadat eerst een oordeel is gegeven over de interne werking van dat besluit; reikwijdte art. 105 Rv., geen strikte wetsuitleg.
  • ECLI:NL:OGHACMB:2023:5 — 18-01-2023 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
    Saba. Gebruik en eigendom van een perceel. Langdurig onverdeelde boedel.

Bekijk alle 427 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.