Artikel 15 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Lid 1

De werknemer heeft jegens de werkgever recht op een vakantiebijslag ten minste tot een bedrag van 8% van zijn ten laste van de werkgever komende loon, alsmede van de uitkeringen waarop hij tijdens de dienstbetrekking krachtens de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 of de artikelen 4:2b of 6:3 van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet aanspraak heeft, met dien verstande, dat het bedrag waarmede de som van dit loon en deze uitkeringen het drievoud van het minimumloon overschrijdt buiten beschouwing blijft.

Lid 2

De in het eerste lid bedoelde som wordt geacht het drievoud van het minimumloon te overschrijden indien deze over de uitbetalingstermijn van een maand, liggende in het tijdvak waarover recht op vakantiebijslag bestaat, gemiddeld meer bedraagt dan het drievoud van het in artikel 8, eerste lid, onder b, genoemde bedrag van het minimumloon. Indien de uitbetalingstermijn betrekking heeft op een andere periode dan een maand, wordt het minimumloon naar evenredigheid berekend. Hierbij wordt voor een uitbetalingstermijn van een week uitgegaan van 4 1/3 weken in een maand. Indien de uitbetalingstermijn betrekking heeft op een andere arbeidsduur dan een maand of week wordt die andere arbeidsduur vermenigvuldigd met het aantal van de in die termijn begrepen werkdagen, waarbij een maand wordt gesteld op 21,67 werkdagen. Onder werkdag wordt verstaan een dag die behoort tot de arbeidsduur.

Lid 3

Beloningen die de werknemer voor arbeid, door hem in de dienstbetrekking verricht, van derden ontvangt, worden, voor zover zij deel uitmaken van de arbeidsvoorwaarden, voor de toepassing van de voorgaande leden geacht ten laste van de werkgever komend loon te zijn.

Lid 4

Gelijktijdig met de toepassing van artikel 14, dertiende lid, gaat Onze Minister na of de ontwikkeling van het niveau van de in collectieve arbeidsovereenkomsten overeengekomen vakantiebijslag een verhoging van de minimumvakantiebijslag wenselijk maakt. Bij algemene maatregel van bestuur kan vervolgens het percentage, genoemd in het eerste lid, en dienovereenkomstig het percentage, genoemd in artikel 16, tweede en derde lid, worden verhoogd; daarbij kan tevens een minimum-bedrag worden vastgesteld voor het recht van de werknemer jegens zijn werkgever ingevolge het eerste lid.

Recente uitspraken

Art. 15 WML is sinds 2016 in 21 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Hof Den Haag en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1781 — 19-09-2023 Hof Den Haag
    Vakantiebijslag over toeslagen en overwerk? All-in bedragen? wijziging door dynamisch incorporatiebeding? derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid?
  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1060 — 02-05-2023 Hof Amsterdam
    financiële afwikkeling einde dienstverband; verzwaarde motiveringsplicht werkgever als de partij die geacht wordt over de benodigde gegevens te beschikken;
  • ECLI:NL:GHDHA:2023:419 — 21-03-2023 Hof Den Haag
    procedure werknemer tegen opvolgend werkgever; is werknemer door OVO bij opvolgend werkgever in dienst getreden?; vordering tot betaling achterstallig salaris c.a. en ontbindingsverzoek; recht op billijke vergoeding?
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:3905 — 10-11-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Arbeidsrecht WWZ. Onduidelijke arbeidsvoorwaarden, ten onrechte doorgevoerde eenzijdige wijziging en onterecht opgelegde loonstop maken dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Terechte ontbinding op de g-grond waaraan ook de werknemer in enige mate heeft…
  • ECLI:NL:GHDHA:2018:1718 — 24-07-2018 Hof Den Haag
    Kort geding. Geen immuniteit van jurisdictie voor Koninkrijk Saoedi-Arabië in procedure over loonvordering chauffeur. Geen duidelijke keuze voor recht Saoedi-Arabië; art. 7:629 en WML van dwingend recht.

Bekijk alle 21 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.