Artikel 378 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Indien zoodanig vonnis aan eenen derde is tegengeworpen in een regtsgeding, en het verzet daartegen is ingesteld op den voet van het vorige artikel, staat het vrij aan den regter voor wien dat regtsgeding aanhangig is, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing van hetzelve toe te staan, tot dat het ingestelde verzet zal zijn uitgewezen.
Recente uitspraken
Art. 378 Rv is sinds 2013 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:GHARL:2013:5159 — 16-07-2013 Hof Arnhem-Leeuwarden
Door onderhuurder van bedrijfsruimte (KSB) aangespannen executiekortgeding tegen de eigenaar/hoofdverhuurder (X). De tegen de hoofdhuurder (Super de Boer) door X verkregen ontruimingstitel kan ook tegenover de onderhuurder ten uitvoer worden gelegd. Geen misbruik van bevoegdheid… - ECLI:NL:RBGEL:2021:1136 — 13-01-2021 Rb. Gelderland
vonnis in het incident ex artikel 223 Rv. Derdenverzet. Beroep op artikel 376 jo 378 Rv. Onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van benadeling in de zin van 376 Rv.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.