Artikel 332 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Partijen kunnen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beloopt dan € 1750 of, in geval van een vordering van onbepaalde waarde, er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 1750, een en ander tenzij de wet anders bepaalt. Voor de toepassing van de eerste zin wordt de tot aan de dag van dagvaarding in eerste aanleg verschenen rente bij de vordering inbegrepen.

Lid 2

Indien de zaak meer dan één vordering tussen dezelfde partijen betreft, is voor de toepassing van het eerste lid beslissend het totale beloop of de totale waarde van deze vorderingen.

Lid 3

Was in eerste aanleg een eis in reconventie ingesteld, dan is voor de toepassing van het eerste lid beslissend het totale beloop of de totale waarde van de vordering in conventie en van de vordering in reconventie, met dien verstande dat met betrekking tot de vordering in reconventie de rente wordt berekend tot aan de dag van instelling van de eis in reconventie. Indien echter de beide zaken zijn gesplitst en daarin afzonderlijk is beslist, zijn op elk van beide vonnissen de gewone regels voor de vatbaarheid voor hoger beroep van toepassing.

Recente uitspraken

Art. 332 Rv is sinds 1919 in 234 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2023:1647 — 24-11-2023 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Burgerlijk procesrecht. Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens overschrijding appelgrens (art. 332 lid 1 Rv) nadat de zaak al inhoudelijk was behandeld.
  • ECLI:NL:HR:2023:140 — 03-02-2023 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Bevoegdheid tot instellen rechtsmiddel. Kan materiële procespartij in eerste aanleg die niet formele procespartij was, als procespartij in zin van art. 332 Rv worden aangemerkt? Bevoegdheid tot instellen reconventionele vordering; sprake van…
  • ECLI:NL:HR:2021:530 — 09-04-2021 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Subjectieve cumulatie. Groep passagiers eist bij gezamenlijke dagvaarding compensatie voor vertraagde vlucht op grond van EU-verordening 261/2004. Het schadebedrag per passagier ligt beneden de appelgrens van art. 332 Rv. Is de…
  • ECLI:NL:HR:2020:1599 — 09-10-2020 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv); Small claims-Verordening. Ontvankelijkheid in cassatie;…
  • ECLI:NL:HR:2020:1598 — 09-10-2020 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Compensatie voor passagiers luchtvaartmaatschappij op grond van EG-Verordening 261/2004 wegens annulering vlucht. Uitspraak kantonrechter waartegen geen hoger beroep open staat (art. 332 Rv). Ontvankelijkheid in cassatie; uitbreiding beperkte…

Bekijk alle 234 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.