Artikel 483c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Lid 1

Niet opeisbare vorderingen en vorderingen die recht geven op periodieke uitkeringen, worden in de rangschikking begrepen voor hun waarde ten tijde van het opmaken van de staat van verdeling.

Lid 2

Bij de berekening wordt uitsluitend gelet op het tijdstip en de wijze van aflossing, het kansgenot, waar dit bestaat, en, indien de vordering rentedragend is, op de bedongen rentevoet.

Recente uitspraken

Art. 483c Rv is sinds 2016 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:GHDHA:2016:4302 — 13-12-2016 Hof Den Haag
    Erfrecht. Afwikkeling nalatenschap. Medewerking afronden boedelbeschrijving. Dwangsommen verbeurd? Gebreken aan een betalingsbevel. De omvang van een gelegd executoriaal beslag. Toelating tot de rangregeling.
  • ECLI:NL:RBROT:2016:3788 — 04-05-2016 Rb. Rotterdam
    Relatie tussen de indiening van vorderingen in een gerechtelijke rangregeling en de eis in renvooi na verwijzing door de rechter-commissaris; reikwijdte van die verwijzing en verhouding uitkomst renvooiprocedure en opmaken definitieve staten van verdeling door de…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.