Artikel 483e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Indien een pand- of hypotheekrecht strekt tot zekerheid van vorderingen die de pand- of hypotheekhouder uit hoofde van een bestaande rechtsverhouding zal verkrijgen, kunnen deze in de rangregeling worden begrepen, hetzij voor het gehele op het tijdstip van het opmaken van de staat reeds verschuldigde bedrag, hetzij, op verlangen van de pand- of hypotheekhouder, voorwaardelijk voor het hele bedrag waarvoor het pand- of hypotheekrecht tot zekerheid strekt.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 483e Rv is sinds 2014 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hoge Raad en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2015:3023 — 16-10-2015 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van faillietverklaring toekomstig vorderingen. Art. 483e Rv. Rechtsverhouding waaruit… - ECLI:NL:GHARL:2015:9816 — 22-12-2015 Hof Arnhem-Leeuwarden
Botsende algemene voorwaarden ? Aan vuistpandrecht te stellen eisen. Kan pandrecht gevestigd worden voor vorderingen uit opslag die ontstaan zijn na faillissement opdrachtgever opslag, gelet op fixatiebeginsel ? Bijzondere faillissementskosten. - ECLI:NL:RBAMS:2014:5661 — 17-09-2014 Rb. Amsterdam
Vernietiging overwaardearrangement, vermoeden van wetenschap van benadeling schuldeisers ontzenuwd, art. 43 Fw.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.