afdeling Vijfde A. De Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie
Artikel 44a
Lid 1
De Autoriteit Consument en Markt of de Europese Commissie kan, niet optredende als partij, schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 15, derde lid, eerste alinea, van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van de Europese Unie van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PbEG 2003, L 1), indien deze de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Met toestemming van de rechter kan de Autoriteit Consument en Markt of de Europese Commissie ook mondelinge opmerkingen maken.
Lid 2
Op een verzoek ingevolge artikel 15, derde lid, tweede alinea, van de verordening verstrekt de rechter aan de Autoriteit Consument en Markt of de Europese Commissie de in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening over de te verstrekken stukken geven.
Lid 3
Op verzoek van de rechter kan de Autoriteit Consument en Markt bijstand verlenen bij het bepalen van de omvang van de schade door een inbreuk op het mededingingsrecht als bedoeld in artikel 193k, onderdeel a, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Lid 4
Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn op de opmerkingen van de Autoriteit Consument en Markt of de Europese Commissie reageren.
Artikel 44b
Lid 1
De Europese Commissie kan, niet optredende als partij, schriftelijke opmerkingen maken ingevolge artikel 39, derde lid, van verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PbEU 2022, L 265), indien deze de wens daartoe te kennen heeft gegeven. Met toestemming van de rechter kan de Europese Commissie ook mondelinge opmerkingen maken.
Lid 2
Op een verzoek ingevolge artikel 39, vierde lid, van de verordening, genoemd in het eerste lid, verstrekt de rechter aan de Europese Commissie de in die bepaling bedoelde stukken. Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun mening over de te verstrekken stukken geven.
Lid 3
Partijen kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn op de opmerkingen van de Europese Commissie reageren.