Artikel 254 Burgelijke Rechtsvordering
Lid 1
In alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, is de voorzieningenrechter bevoegd deze te geven.
Lid 2
Op aanvraag van de belanghebbende partij kan de voorzieningenrechter de dagvaarding bevelen tegen de dag en het uur, de zondag daarbij inbegrepen, voor elk geval te bepalen. Hij kan daarbij tevens bevelen dat de terechtzitting op een andere plaats dan in het gerechtsgebouw wordt gehouden. De voorzieningenrechter kan aan de dagbepaling voorwaarden verbinden, die door de eiser in acht moeten worden genomen. Deze voorwaarden moeten uit de dagvaarding blijken.
Lid 3
De zaak kan ook worden aangebracht op een terechtzitting, door de voorzieningenrechter te houden op de daartoe door hem te bepalen werkdagen.
Lid 4
De artikelen 127a en 128, tweede lid en zesde lid, zijn niet van toepassing.
Lid 5
In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist is ook de kantonrechter bevoegd tot het geven van een voorziening als in deze afdeling bedoeld. Daarbij is op de kantonrechter van toepassing hetgeen omtrent de voorzieningenrechter is bepaald.
Lid 6
Indien de gevorderde voorziening betrekking heeft op een zaak betreffende het personen- en familierecht als bedoeld in de zesde titel van het derde boek is artikel 803 van overeenkomstige toepassing.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 254 Rv is sinds 2019 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Noord-Nederland en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2023:503 — 31-03-2023 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Procesrecht. Kort geding over afwikkeling verdeling. Kan in kort geding verklaring voor recht worden gegeven? Ambtshalve taak rechter in hoger beroep? - ECLI:NL:HR:2023:499 — 31-03-2023 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet. Procesrecht. Kan rechter in kort geding een veroordeling uitspreken tot verkoop en levering van gemeenschapsgoed met oog op verdeling van gemeenschap? - ECLI:NL:RBAMS:2023:5784 — 14-09-2023 Rb. Amsterdam
Uitleg art 143 Rv voor kort geding. Verzet tijdig ingesteld, hoewel verzet-dagvaarding niet binnen 4 weken betekend, omdat het verzet-KG wel binnen 4 weken aanhangig was dmv mededeling datum zitting aan pij. Verwijzing naar literatuur en Hoge Raad 2016. - ECLI:NL:RBNNE:2019:4223 — 14-10-2019 Rb. Noord-Nederland
Arbeidsrecht, slapend dienstverband, art. 7:611 BW, gedeeltelijke opzegging, kort geding Werkneemster is sinds mei 2016 gedeeltelijk blijvend arbeidsongeschikt. Op 20 november 2019 gaat zij met pensioen. Zij vordert op grond van goed werkgeverschap en de Wet compensatie… - ECLI:NL:RBNNE:2019:4047 — 11-09-2019 Rb. Noord-Nederland
Vraag of de werkgever kan worden verplicht om de arbeidsovereenkomst met een arbeidsongeschikte werknemer die op heel korte termijn met pensioen gaat op te zeggen, dan wel om een vaststellingsovereenkomst met die werknemer te sluiten gericht op die beëindiging, zodat de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.