Afdeling 3a.1.4. Afschrijving en omzetting van kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende passiva
Wordt genoemd in:
Artikel 3a:21
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan ter uitvoering van een besluit op grond van artikel 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme of artikel 3A:17:
kernkapitaalbestanddelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel b tot en met f, van de verordening kapitaalvereisten, verminderen;
de hoofdsom van de door of met medewerking van een entiteit uitgegeven kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten verminderen, of deze instrumenten intrekken of doen overgaan op:
houders van de rechten, bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d;
houders van de rechten bedoeld in artikel 3A:44, eerste lid waarbij de instemming van de verkrijger ingevolge artikel 3A:6, eerste lid, niet benodigd is; of
de stichting administratiekantoor afwikkeling als bedoeld in artikel 3A:50a;
de hoofdsom van de door of met medewerking van een entiteit uitgegeven relevante kapitaalinstrumenten verminderen, of geheel of gedeeltelijk omzetten in rechten op nieuw uit te geven kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten van die entiteit, van een moederonderneming van die entiteit die zelf een entiteit is als bedoeld in artikel 3A:2, onderdelen a tot en met e, of van een overbruggingsinstelling waarop activa, rechten of passiva van die entiteit overgaan; en
de hoofdsom van de in het tweede lid bedoelde in aanmerking komende passiva afschrijven of geheel of gedeeltelijk omzetten in rechten op nieuw uit te geven kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten van de entiteit.
Lid 2
De bevoegdheid om in aanmerking komende passiva onafhankelijk van afwikkelingsmaatregelen op grond van het eerste lid af te schrijven of om te zetten, kan alleen worden uitgeoefend met betrekking tot in aanmerking komende passiva die aan de in artikel 45 septies, tweede lid, onderdeel a, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen gestelde voorwaarden voldoen, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op de resterende looptijd van passiva als bedoeld in artikel 72 quater, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten. Artikel 3A:20, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Lid 3
De Nederlandsche Bank oefent de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, uit overeenkomstig het bepaalde ingevolge de artikelen 47, 49 en 50 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
Lid 4
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, worden ook genomen ten aanzien van houders van kernkapitaalinstrumenten en houders van eigendomsinstrumenten waarvan de aandelen of andere eigendomsinstrumenten in de omstandigheden, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, werden uitgegeven of toegekend.
Lid 5
Bij de toepassing op een entiteit als bedoeld in artikel 3A:2, onderdeel b tot en met f, die niet valt onder de werking van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, neemt de Nederlandsche Bank artikel 59, zevende en tiende lid, en artikel 60, eerste lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen in acht.
Lid 6
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Artikel 3a:22
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een entiteit kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten uitgeeft, of haar medewerking verleent aan de uitgifte daarvan, aan de houders van de rechten, bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d.
Lid 2
Teneinde gevolg te geven aan de in het eerste lid bedoelde uitgifte, kan de Nederlandsche Bank voorschrijven dat een entiteit kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten uitgeeft aan:
een stichting administratiekantoor afwikkeling als bedoeld in artikel 3A: 50a ten behoeve van de houders van rechten bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d, en hun rechtsopvolgers; of
een rechtspersoon met als statutaire doelstelling het tegen toekenning van certificaten ten titel van beheer verwerven en administreren van aandelen.
Lid 3
Teneinde gevolg te geven aan de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde uitgifte kan de Nederlandsche Bank de in dat lid bedoelde rechtspersoon instrueren om certificaten van aandelen uit te geven en toe te kennen aan een stichting administratiekantoor afwikkeling als bedoeld in artikel 3A:50a ten behoeve van de houders van rechten bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d, en hun rechtsopvolgers.
Lid 4
Bij de uitgifte bedoeld in het eerste tot en met derde lid kunnen geen andere rechten worden uitgeoefend dan die bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d.
Lid 5
De voorwaarden, bedoeld in artikel 60, derde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, zijn van toepassing op de uitgifte bedoeld in het eerste lid al dan niet in samenhang met een uitgifte als bedoeld in het tweede of derde lid.
Lid 6
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 3a:23
Lid 1
De Nederlandsche Bank bepaalt in haar besluiten op grond van artikel 3A:21 of 3A:22 nader:
op welke wijze en onder welke voorwaarden de afschrijving, uitgifte of omzetting plaatsvindt;
de gevolgen van deze besluiten voor zover nodig; of
de nominale waarde van nieuw uit te geven eigendomsinstrumenten of de bestaande eigendomsinstrumenten bij overgang op de houders van de rechten bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, onderdeel c of d.
Lid 2
Op verzoek van de Nederlandsche Bank gaat een daartoe bevoegde persoon of instantie over tot:
wijziging van relevante registers;
het uit de notering of uit de handel nemen van kernkapitaalinstrumenten, eigendomsinstrumenten of schuldinstrumenten;
notering of toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van nieuwe kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten;
hernieuwde notering of toelating tot de handel van schuldinstrumenten waarvan de hoofdsom is verlaagd;
wijziging van de statuten in geval van aanpassing van het bedrag van de aandelen; of
handelingen of diensten in verband met de afwikkeling van transacties in effecten en effectenafwikkelingssystemen.
Lid 3
Bij de toepassing van het tweede lid, onderdelen c en d, is artikel 3, eerste en tweede lid, van de prospectusverordening niet van toepassing.
Artikel 3a:24
Bij vermindering van de hoofdsom van een relevant kapitaalinstrument of een in aanmerking komend passivum als bedoeld in het tweede lid van artikel 3A:21 ingevolge artikel 3A:21, eerste lid:
is de vermindering van deze hoofdsom permanent, behoudens artikel 3A:25a;
resteert voor de houder van het relevante kapitaalinstrument of het in aanmerking komend passivum geen vordering in verband met het gedeelte van de hoofdsom dat is afgeschreven, met uitzondering van alle reeds opgebouwde vorderingen en vorderingen die, in voorkomend geval, ontstaan uit een beroep ingesteld ter betwisting van de rechtmatigheid van de uitoefening van de bevoegdheid tot afschrijving; en
worden houders van de relevante kapitaalinstrumenten of in aanmerking komende passiva niet gecompenseerd, onverminderd de bevoegdheid, bedoeld in artikel 3A:21, eerste lid, om relevante kapitaalinstrumenten om te zetten in rechten op kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten.
Artikel 3a:25
Lid 1
Onverminderd artikel 3A:25a wordt, indien de Nederlandsche Bank op grond van artikel 3A:21, eerste lid, de hoofdsom van een verplichting van een entiteit tot nihil vermindert, de verplichting als voldaan beschouwd evenals eventuele verplichtingen of vorderingen die daaruit voortvloeien en die niet waren opgebouwd op het tijdstip waarop de bevoegdheid werd uitgeoefend.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank de hoofdsom van een verplichting van een entiteit vermindert, maar niet tot nihil reduceert onverminderd artikel 3A:25a:
wordt de verplichting als voldaan beschouwd ter hoogte van het verminderde bedrag; en
blijven de voorwaarden van het betrokken instrument of de betrokken overeenkomst waarop de oorspronkelijke verplichting is gebaseerd, van toepassing op het resterende gedeelte van de hoofdsom van de verplichting, met uitzondering van een eventuele wijziging van het verschuldigde rentebedrag om de vermindering van het bedrag van de hoofdsom weer te geven, en onverminderd de toepassing van artikel 3A:51, eerste en derde lid.
Artikel 3a:25a
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan, indien na toepassing van artikel 3A:21 op basis van een voorlopige waardering als bedoeld in artikel 20, tiende lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, onderscheidenlijk artikel 36, negende lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, uit de definitieve waardering, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, onderscheidenlijk artikel 3A:17, zesde lid, 3A:18, vijfde lid of 3A:19, tweede lid, blijkt dat met een beperktere vermindering van de hoofdsom van een kernkapitaalinstrument, eigendomsinstrument, relevant kapitaalinstrument of een in aanmerking komend passivum als bedoeld in het tweede lid van artikel 3A:21 had kunnen worden volstaan, de hoofdsom verhogen in overeenstemming met de definitieve waardering.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank op grond van het eerste lid besluit tot verhoging van de hoofdsom van een kernkapitaalinstrument, eigendomsinstrument, relevant kapitaalinstrument of een in aanmerking komend passivum als bedoeld in het tweede lid van artikel 3A:21 die zij aanvankelijk had verminderd tot nihil, is vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dat besluit artikel 3A:25, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:26
Lid 1
De Nederlandsche Bank verricht de beoordeling van de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar met inachtneming van de doelstellingen, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, onderscheidenlijk artikel 31, tweede lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, indien een verwerving of een vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een bank of beleggingsonderneming het gevolg is van:
de uitoefening van een ingevolge artikel 3A:21, eerste lid, verworven recht op kernkapitaalinstrumenten of eigendomsinstrumenten;
de uitgifte van eigendomsinstrumenten die voortvloeit uit een besluit als bedoeld in de artikelen 3A:17, 3A:18, eerste lid, 3A:18a, 3A:18b, 3A:19, eerste lid, of de artikelen 16, 18, of 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme; of
de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 3A:50.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank nog geen beslissing op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, heeft genomen, is, met ingang van het moment waarop de eigendomsinstrumenten worden uitgegeven totdat op de aanvraag is beslist:
het stemrecht van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar voortvloeiend uit die eigendomsinstrumenten geschorst en kan dit recht alleen door de Nederlandsche Bank worden uitgeoefend, zonder dat zij daarvoor aansprakelijk is; en
de aanvrager vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 3:95, 3:96, 3:99, 3:103 en 3:104.
Lid 3
Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 1:106b tot en met 1:106e niet van toepassing.
Lid 4
Indien de Nederlandsche Bank besluit een verklaring van geen bezwaar te verlenen, wordt de houder van de eigendomsinstrumenten geacht het volledige stemrecht met betrekking tot die eigendomsinstrumenten te hebben onmiddellijk nadat het besluit is bekendgemaakt tenzij anders bepaald.
Lid 5
Indien de Nederlandsche Bank de aanvraag afwijst, doet de aanvrager afstand van die eigendomsinstrumenten binnen een door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn. Het tweede lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3a:26a
De artikelen 3A:50, eerste lid, 3A:51, derde lid, 3A:58 en 3A:63 zijn van overeenkomstige toepassing op de afschrijving en omzetting als bedoeld in artikel 3A:21.