Artikel 3:259 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Er is een beleggerscompensatiestelsel dat tot doel heeft personen die op grond van een beleggingsdienst als omschreven in artikel 1:1 of een dienst als vermeld in bijlage I, deel B, punt 1, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014, geld of financiële instrumenten aan een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling hebben toevertrouwd, te compenseren ingeval de betreffende onderneming niet in staat is te voldoen aan haar verplichtingen die voortvloeien uit vorderingen die verband houden met die beleggingsdienst of nevendienst. Banken waarop artikel 2:13 of 3:33 van toepassing is, beleggingsondernemingen en financiële instellingen dragen de kosten van het beleggerscompensatiestelsel.
Lid 2
Er is een depositogarantiestelsel dat tot doel heeft depositohouders te compenseren in het geval een bank niet in staat is te voldoen aan haar verplichtingen die voortvloeien uit vorderingen uit deposito’s. Banken dragen de kosten van het depositogarantiestelsel.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
categorieën van financiële ondernemingen en personen die onder de reikwijdte van de vangnetregeling vallen, dan wel hiervan worden uitgesloten;
categorieën van vorderingen die onder de reikwijdte van een vangnetregeling vallen, de wijze van indiening en vaststelling daarvan, de voorwaarden voor vergoeding van deze vorderingen, de hoogte van de vergoeding, het doen van uitkeringen aan beleggers of crediteuren en de wijze van informatieverschaffing daarover door financiële ondernemingen.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
de bekendmaking van een vangnetregeling; en
de financiering, bekostiging en verdeling van baten van een vangnetregeling.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3:259 Wft is sinds 2013 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CBb en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:CBB:2015:15 — 03-02-2015 CBb
Opvorderbare gelden - verbod van artikel 3:5, eerste lid, Wft - ontheffing artikel 3:5, vierde lid, Wft - beleggersgiro's - DNB heeft redelijkerwijs tot de conclusie kunnen komen dat de waarborgen die de Stichting biedt onvoldoende zijn. - ECLI:NL:GHAMS:2013:1966 — 11-07-2013 Hof Amsterdam
Uitspraak inzake schadeloosstelling onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS REAAL N.V. en SNS Bank N.V. De Ondernemingskamer zal deskundigen benoemen om de waarde van de onteigende effecten en vermogensbestanddelen SNS REAAL N.V. en SNS Bank N.V. te onderzoeken.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.