Artikel 2:13 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Indien een bank voornemens is tevens beleggingdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten in Nederland, stelt de Nederlandsche Bank op aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 slechts een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 14 van de verordening bankentoezicht op indien de aanvrager, onverminderd artikel 2:12, aantoont dat eveneens zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:

  1. artikel 4:14, tweede lid, onderdeel c, onder 1° tot en met 6°, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;

  2. artikel 4:87 met betrekking tot het treffen van adequate maatregelen ter bescherming van rechten van cliënten; en

  3. artikel 4:91a met betrekking tot de regels die gelden voor het handelsproces en de afhandeling van transacties in een multilaterale handelsfaciliteit indien de aanvrager voornemens is een multilaterale handelsfaciliteit te exploiteren.

Lid 2

De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Recente uitspraken

Art. 2:13 Wft is sinds 2021 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:4927 — 07-05-2021 Rb. Rotterdam
    Vraag of 1:97 Wft grondslag biedt de aanwijzing openbaar te maken nadat deze onherroepelijk is geworden, valt buiten geding. Hoewel naar de letter van de wet geen bezwaar kan worden gemaakt tegen een aanwijzing, is het bezwaar terecht ontvankelijk geacht.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.