Artikel 4:14 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, beleggingsinstelling, icbe, beleggingsonderneming, bewaarder, kredietservicer of pensioenbewaarder richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar bedrijf waarborgt.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op:

  1. het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;

  2. integriteit, waaronder wordt verstaan het tegengaan van:

    1. belangenverstrengeling;

    2. het begaan van strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de financiële onderneming of haar werknemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden;

    3. relaties met cliënten, deelnemers of kredietnemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; en

    4. andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad; en

  3. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers, waaronder wordt verstaan:

    1. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten, deelnemers of kredietnemers;

    2. het waarborgen van de vastlegging van de relatie met de cliënten, deelnemers of kredietnemers;

    3. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers;

    4. het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiële onderneming en cliënten, deelnemers of kredietnemers en tussen de cliënten, deelnemers of kredietnemers onderling;

    5. het waarborgen van de rechten van cliënten, deelnemers of kredietnemers; en

    6. andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen.

Lid 3

Onverminderd de artikelen 3:17 en 3:27 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur ten aanzien van clearinginstellingen met zetel in Nederland en bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.

Lid 4

Onverminderd artikel 3:17 is het tweede lid, aanhef en onderdeel c, van overeenkomstige toepassing op premiepensioeninstellingen.

Lid 5

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, met uitzondering van het met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 4:14 Wft is sinds 2010 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, CBb en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:CBB:2020:419 — 30-06-2020 CBb
    Hoger beroep. Bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 4:11 lid 1 sub b Wft (oud) en artikel 115q lid 1 sub b BGfo aan onderneming en feitelijk leidinggevende. Niet voeren van een adequaat beleid dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt. Hoogte van de…
  • ECLI:NL:CBB:2016:273 — 04-10-2016 CBb
    Wet op het financieel toezicht, artt. 2:96, 2:99, 4:11. MiFID, art. 13. Binaire opties. Weigering vergunning voor verlenen beleggingsdiensten en verrichten beleggingsactiviteiten. Beleid inzake de integere bedrijfsuitoefening. Tegengaan wetsovertreding of andere handelingen die…
  • ECLI:NL:GHDHA:2020:2002 — 13-10-2020 Hof Den Haag
    Hof wijst het beroep tegen procedeerverbod voor oud-werknemer af. Tegen de belangenfweging door de kantonrechter is niet tijdig inhoudelijk geageerd. Nieuwe bezwaren tijdens pleidooizitting zijn te laat en in strijd met goede procesorde.
  • ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5181 — 10-02-2011 Hof Amsterdam
    Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 10 februari 2011: RCM Consultancy / Middel Europe Investments NV
  • ECLI:NL:RBROT:2022:11948 — 16-09-2022 Rb. Rotterdam
    In deze zaken gaat het om de negatieve betrouwbaarheidsoordelen die DNB heeft geveld over eisers en de daaruit voortvloeiende besluitvorming van DNB. Deze negatieve betrouwbaarheidsoordelen heeft DNB mede gestoeld op handhavingsbesluiten die de AFM heeft genomen. Eisende…

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.