Artikel 4:15a Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder van een icbe, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat natuurlijke personen die in Nederland werkzaam zijn onder haar verantwoordelijkheid en wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden of die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, een eed of belofte afleggen.
Lid 2
Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid draagt er zorg voor dat de in dat lid bedoelde eed of belofte wordt nageleefd.
Lid 3
Het eerste lid is niet van toepassing op natuurlijke personen als bedoeld in artikel 4:9 die reeds in het kader van de geschiktheid een eed of belofte afleggen.
Lid 4
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 4:15a Wft is sinds 2019 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2020:1276 — 10-07-2020 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen… - ECLI:NL:HR:2020:1274 — 10-07-2020 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen… - ECLI:NL:RBAMS:2019:3918 — 29-05-2019 Rb. Amsterdam
Prejudiciële vragen over overdraagbaarheid vordering van bank op niet-bank. Eisers in twee zaken (waarvan dit er een is) zijn cliënten van F. Van Lanschot Bankiers N.V. Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling… - ECLI:NL:RBAMS:2019:3916 — 29-05-2019 Rb. Amsterdam
Prejudiciële vragen over overdraagbaarheid vordering van bank op niet-bank. Eisers in twee zaken (waarvan dit er een is) zijn cliënten van F. Van Lanschot Bankiers N.V. Op 30 september 2015 heeft Promontoria de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.