Artikel 4:17 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent, een betaaldienstverlener, clearinginstelling, financiëledienstverlener of kredietservicer draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten, consumenten, deelnemers of kredietnemers over betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming. Hiertoe:
beschikt de financiële onderneming over een interne klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling van klachten; en
is de financiële onderneming aangesloten bij een door Onze Minister op grond van artikel 16, eerste lid, van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten aangewezen instantie tot beslechting van geschillen met betrekking tot betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming, tenzij er geen zodanige instantie is.
Lid 2
Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op financiële ondernemingen voorzover zij:
beleggingsdiensten uitsluitend voor professionele beleggers verlenen; of
optreden als clearinginstelling.
Lid 3
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de afhandeling van klachten. Voorts kunnen, in aanvulling op de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten gestelde regels, bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aan instanties of procedures tot buitengerechtelijke beslechting van geschillen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, te stellen eisen, alsmede regels met betrekking tot de door die instanties aan Onze Minister te verstrekken informatie.
Lid 4
Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op een kredietkoper en kredietservicingaanbieder.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 4:17 Wft is sinds 2019 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Amsterdam en CBb.
- ECLI:NL:HR:2026:1636 — 09-10-2026 Hoge Raad
Prejudiciële vragen op voet van art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo omgezette informatieplichten van Richtlijn verkoop op afstand van financiële… - ECLI:NL:HR:2020:1276 — 10-07-2020 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen… - ECLI:NL:HR:2020:1274 — 10-07-2020 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art. 6:142 en 6:144 BW. Zorgplichten bank. Zorgplichten niet-bank. Verweermiddelen… - ECLI:NL:CBB:2023:591 — 17-10-2023 CBb
Hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:7987). De AFM heeft bestuurlijke boetes opgelegd aan een bemiddelaar en adviseur in hypothecair krediet wegens overtreding van artikel 4:11, tweede lid, van de Wft. Geen beheerst… - ECLI:NL:RBROT:2022:5485 — 17-06-2022 Rb. Rotterdam
BC FT. De AFM heeft eiser een boete opgelegd vanwege het feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 4:11,eerste lid, van de Wft. Dit blijkt volgens de AFM uit diverse overtredingen van de Wft en het BGfo. De geconstateerde overtredingen houden deels stand. Naar het…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.