Artikel 1:73 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

De personen, bedoeld in artikel 1:72, eerste lid, beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

Lid 2

Voorzover de door de Autoriteit Financiële Markten op grond van artikel 1:72 aangewezen personen voor het uitoefenen van het gedragstoezicht ten aanzien van financiële ondernemingen waaraan de Nederlandsche Bank een vergunning heeft verleend, gegevens nodig hebben over aspecten van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 3:17, tweede lid, onderdeel a of b, maken deze personen geen gebruik van hun bevoegdheden op grond van de artikelen 5:15, 5:16 of 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, dan nadat de Nederlandsche Bank is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de Nederlandsche Bank niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.

Lid 3

Voorzover de door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:72 aangewezen personen voor het uitoefenen van het prudentieel toezicht ten aanzien van financiële ondernemingen waaraan de Autoriteit Financiële Markten een vergunning heeft verleend, gegevens nodig hebben over aspecten van de bedrijfsvoering als bedoeld in artikel 4:14, tweede lid, onderdeel a of b, maken de door de Nederlandsche Bank op grond van artikel 1:72 aangewezen personen geen gebruik van hun bevoegdheden op grond van de artikelen 5:15, 5:16 of 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, dan nadat de Autoriteit Financiële Markten is verzocht deze gegevens te verstrekken en is gebleken dat de Autoriteit Financiële Markten niet aan dit verzoek tegemoet kan komen.

Lid 4

Van het tweede en derde lid kan, na overleg met de andere toezichthouder, worden afgeweken indien sprake is van een redelijk vermoeden van een overtreding van het bij of krachtens deze wet gestelde en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Recente uitspraken

Art. 1:73 Wft is sinds 2010 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:RBROT:2012:BW0058 — 20-03-2012 Rb. Rotterdam
    AFM heeft een last onder dwangsom opgelegd opdat [A] alsnog een kopie zal overleggen van de bankafschriften van het/de bankrekeningnummer(s) die [A] aanhoudt voor haar bedrijfsactiviteiten vanaf 1 januari 2008 tot heden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kon AFM…
  • ECLI:NL:RBROT:2010:BM4487 — 20-04-2010 Rb. Rotterdam
    Nalevingstoezicht. Artikelen 5:17 en 5:20 Awb en 1:74 Wft. AFM heeft aan een financiële onderneming een last opgelegd die ertoe strekt dat zij binnen drie werkdagen na dagtekening van dit besluit alsnog voldoet aan het verzoek van AFM tot het verstrekken van de kopie van de…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.