Artikel 1:62 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 wordt verleend, indien de aanvrager:
een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling is waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend;
de moedermaatschappij is van een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling als bedoeld onder a; of
een persoon is die anderszins zeggenschap heeft over een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling als bedoeld onder a.
Lid 2
De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van een lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a of 3:96c te verlenen indien daarbij is betrokken:
een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in de desbetreffende lidstaat een vergunning is verleend;
de moedermaatschappij van een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a; of
een rechtspersoon die anderszins zeggenschap heeft over een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a.