Artikel 3:96a Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank, van de Europese Centrale Bank, of van de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat en de Nederlandsche Bank gezamenlijk, indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder is, om:
een deelneming van betekenis rechtstreeks of middellijk te verwerven van ten minste 15% van haar in aanmerking komend kapitaal op individuele basis of, in voorkomend geval, op zowel individuele als geconsolideerde basis;
een fusie als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten aan te gaan en zij de uit de fusie voortvloeiende onderneming zal zijn;
een splitsing als bedoeld in artikel 27 nonies van de richtlijn kapitaalvereisten uit te voeren.
Lid 2
Een bank met zetel in Nederland vraagt een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid aan bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
Indien een bank als bedoeld in het eerste lid zowel op individuele, als geconsolideerde basis voldoet aan de grens van het eerste lid, onderdeel a, verzendt zij tevens een kennisgeving van haar aanvraag als bedoeld in het tweede lid tevens aan de Europese Centrale Bank, of de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, indien deze de consoliderende toezichthouder is.
Lid 4
De Nederlandsche Bank neemt een besluit over de aanvraag bedoeld in het derde lid, in overeenstemming met de consoliderende toezichthouder en neemt hierbij artikel 27 quater, tweede en derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.
Lid 5
Indien de verklaring van geen bezwaar ziet op een fusie of splitsing als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b of c, geschiedt de aanvraag na de vaststelling van de ontwerpvoorwaarden van de fusie of splitsing.