Artikel 2:54m Wet op het financieel toezicht
Lid 1
De Nederlandsche Bank verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:54l, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:
artikel 3:9 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de personen die het beleid bepalen of mede bepalen;
artikel 3:10, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beleid met betrekking tot integere bedrijfsuitoefening;
artikel 3:17, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering; en
artikel 3:9a met betrekking tot de uiteindelijk belanghebbende,
met dien verstande dat voor de toepassing van de in de onderdelen a tot en met d genoemde artikelen voor «wisselinstelling met zetel in Nederland» telkens moet worden gelezen: het bijkantoor in Nederland van een wisselinstelling met zetel in een niet-aangewezen staat.
Lid 2
De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
Lid 3
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het eerste lid, aanhef en onderdelen b of c, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid genoemde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.