Artikel 4:10 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Het beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener, kredietservicer of pensioenbewaarder wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.

Lid 2

De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld dat de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat. Bij het vaststellen of de betrouwbaarheid van een persoon die het beleid van een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten bepaalt of mede bepaalt buiten twijfel staat, wordt voldaan aan de eisen bedoeld in artikel 91 van de richtlijn kapitaalvereisten.

Lid 4

Het eerste lid is niet van toepassing op tijdelijk bewindvoerders aangesteld op grond van artikel 1:76a, en bijzondere bestuurders aangesteld op grond van artikel 3A:49.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 4:10 Wft is sinds 2010 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, CBb en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:CBB:2010:BL9360 — 04-03-2010 CBb
    Wet op het financieel toezicht
  • ECLI:NL:GHSHE:2023:2496 — 14-07-2023 Hof 's-Hertogenbosch
    Veroordeling ter zake van telkens oplichting (5 feiten) tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Schending redelijke termijn. Vorderingen benadeelde partijen (deels) toegewezen. Ad informandum gevoegde zaken niet meegenomen vanwege de…
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:5493 — 20-12-2016 Hof Amsterdam
    Aansprakelijkheid van (indirecte) bestuurders van vennootschap. Persoonlijk ernstig te maken verwijt is onvoldoende gesteld.
  • ECLI:NL:RBROT:2022:11948 — 16-09-2022 Rb. Rotterdam
    In deze zaken gaat het om de negatieve betrouwbaarheidsoordelen die DNB heeft geveld over eisers en de daaruit voortvloeiende besluitvorming van DNB. Deze negatieve betrouwbaarheidsoordelen heeft DNB mede gestoeld op handhavingsbesluiten die de AFM heeft genomen. Eisende…
  • ECLI:NL:RBROT:2022:5485 — 17-06-2022 Rb. Rotterdam
    BC FT. De AFM heeft eiser een boete opgelegd vanwege het feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 4:11,eerste lid, van de Wft. Dit blijkt volgens de AFM uit diverse overtredingen van de Wft en het BGfo. De geconstateerde overtredingen houden deels stand. Naar het…

Bekijk alle 9 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.