Artikel 4:71i Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Een bank kan een overeenkomst met de houder van de basisbetaalrekening of een raamovereenkomst waarin toegang tot een basisbetaalrekening wordt geregeld eenzijdig beëindigen indien de houder van die rekening:

  1. gedurende meer dan 24 opeenvolgende maanden op de basisbetaalrekening geen transacties heeft verricht;

  2. een tweede betaalrekening, waarmee hij gebruik kan maken van de in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn betaalrekeningen genoemde diensten, bij een andere in Nederland gevestigde bank heeft;

  3. niet langer rechtmatig in de Europese Unie verblijft;

  4. onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf als bedoeld in de artikelen 225, 227a, 326, 341, 420 bis of 420 ter van het Wetboek van strafrecht;

  5. onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt om toegang tot de basisbetaalrekening te verkrijgen en verstrekking van de juiste en volledige informatie ertoe zou hebben geleid dat de bank het openen van een basisbetaalrekening zou hebben geweigerd op grond van artikel 4:71g; of

  6. de basisbetaalrekening opzettelijk heeft gebruikt voor het plegen van strafbare feiten.

Lid 2

Indien de bank voornemens is de overeenkomst te beëindigen op grond van het eerste lid, onderdeel a, b of c, stelt zij de rekeninghouder twee maanden voor de beëindiging van de overeenkomst hiervan in kennis.

Lid 3

Indien de bank de overeenkomst beëindigt op grond van het eerste lid, onderdeel d, e of f, beëindigt zij de overeenkomst onmiddellijk en stelt zij de rekeninghouder hiervan in kennis.

Lid 4

Artikel 4:71h, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de kennisgeving, bedoeld in het tweede en derde lid.

Recente uitspraken

Art. 4:71i Wft is sinds 2019 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Amsterdam en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1429 — 19-05-2026 Hof Amsterdam
    Kopje voor publicatie: Kort geding; vordering herstel bankrelatie en verwijdering o.a. EVR-registratie. Hof acht voorshands voldoende aannemelijk dat appellant zijn bankrekening opzettelijk heeft gebruikt voor het plegen van strafbare feiten (hulpvraagfraude) en dat de bank in…
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:7005 — 14-11-2024 Rb. Amsterdam
    KG vordering voortzetting bancaire relatie afgewezen.
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:2633 — 08-05-2024 Rb. Amsterdam
    Consumentenbescherming tegen de opzegging van een bankrelatie. Bij gebrek aan een opzeggingsgrond zoals limitatief opgesomd in de wet, kan de opzegging geen stand houden voor wat betreft het leveren van basisbetaaldiensten.
  • ECLI:NL:RBMNE:2021:6267 — 29-12-2021 Rb. Midden-Nederland
    Beëindiging bankrekening ‘onbedoelde Amerikaan’. Zorgplicht bank. FATCA-verdrag. De Volksbank wordt verboden de bankrekeningen van een ‘onbedoelde Amerikaan’ te beëindigen. De man weigerde een US tax identification number te verstrekken en in de VS belastingaangifte te doen.…
  • ECLI:NL:RBROT:2019:8534 — 14-10-2019 Rb. Rotterdam
    Kort geding; vordering tot deblokkeren of heropenen betaalrekening afgewezen, aangezien de bank in de gegeven omstandigheden (betrokkenheid bij fraude) op grond van de toepasselijke voorwaarden in redelijkheid kon komen tot het beëindigen van de bancaire relatie met eiseres. Dat…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.