Artikel 225 Wetboek van Strafrecht
Lid 1
Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Lid 2
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik.
Lid 3
Indien een feit, omschreven in het eerste of tweede lid, wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 225 Sr is sinds 1962 in 1512 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Overijssel, Hoge Raad en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1265 — 14-07-2026 Hoge Raad
Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Nareisfraude. Valsheid in geschrift door i.h.k.v. nareisprocedure in Turkije op formulier “Bijlage Verklaring burgerlijke staat” van IND gegevens te vermelden die onjuist zouden zijn, art. 225.1 Sr. Beantwoording van vraag of Nederland… - ECLI:NL:HR:2026:870 — 09-06-2026 Hoge Raad
Strafrechtelijk onderzoek “Egelantier”. Valsheid in geschrift door in brief die verdachte namens zijn adviesbureau stuurt naar woningcorporatie te vermelden dat zijn adviesbureau geen vergoeding heeft ontvangen van ander bedrijf voor de door woningcorporatie afgesloten derivaten… - ECLI:NL:HR:2025:1699 — 18-11-2025 Hoge Raad
Opzettelijk onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting ten name van anderen, meermalen gepleegd, art. 69.2 AWR. Kan verdachte als pleger van tlgd. worden aangemerkt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:121, inhoudende dat aangifte uitsluitend kan worden aangemerkt… - ECLI:NL:HR:2025:1089 — 08-07-2025 Hoge Raad
Mega ‘Zevenblad’. Boilerroomfraude. Medeplegen oplichting (art. 326.1 Sr), medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Post-Keskin, overleden getuige. Heeft hof de verklaring van inmiddels overleden getuige A voor… - ECLI:NL:HR:2025:898 — 13-06-2025 Hoge Raad
Strafrecht. Overeenkomstenrecht. Zijn civielrechtelijke bepalingen over bedrog (art. 3:44 BW) en dwaling (art. 6:228 BW) op grond van schakelbepalingen (art. 3:59 BW en art. 6:216 BW) van overeenkomstige toepassing op strafrechtelijke transactie in zin van art. 74 Sr?
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.