Artikel 1:81 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Het bedrag van de bestuurlijke boete wordt bepaald bij algemene maatregel van bestuur, met dien verstande dat de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste € 20 000 000, of, in gevallen bedoeld in het vierde lid, ten hoogste € 40 000 000 bedraagt.

Lid 2

De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bepaalt bij elke daarin omschreven overtreding het maximale bedrag van de deswege op te leggen bestuurlijke boete. De overtredingen worden gerangschikt in categorieën naar zwaarte van de overtreding met de daarbij behorende basisbedragen, minimumbedragen en maximumbedragen. Daarbij wordt de volgende indeling gebruikt.

Categorie

Basisbedrag

Minimumbedrag

Maximumbedrag

1

€ 10 000,–

€ 0,–

€ 10 000,–

2

€ 500 000,–

€ 0,–

€ 1 000 000,–

3

€ 2 500 000,–

€ 0,–

€ 5 000 000,–.

Lid 3

Ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen kunnen bij algemene maatregel van bestuur voor bij die maatregel aan te geven overtredingen de basis- en maximumbedragen van de tweede en derde categorie worden verhoogd, met dien verstande dat:

  1. het maximumbedrag van de boete voor een afzonderlijke overtreding van een voorschrift dat is gerangschikt in de tweede categorie wordt vastgesteld op € 2 500 000;

  2. het maximumbedrag van de boete voor een afzonderlijke overtreding van een voorschrift dat is gerangschikt in de derde categorie wordt vastgesteld op € 10 000 000, € 15 000 000 of € 20 000 000;

  3. het basisbedrag voor een overtreding wordt vastgesteld op de helft van het maximumbedrag voor die overtreding.

Lid 4

Indien ten tijde van het plegen van de overtreding nog geen vijf jaren zijn verstreken sinds het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding, bedraagt de bestuurlijke boete voor een afzonderlijke overtreding ten hoogste tweemaal het ingevolge het tweede of derde lid toepasselijke maximumbedrag.

Recente uitspraken

Art. 1:81 Wft is sinds 2007 in 45 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam en CBb.

  • ECLI:NL:CBB:2020:419 — 30-06-2020 CBb
    Hoger beroep. Bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 4:11 lid 1 sub b Wft (oud) en artikel 115q lid 1 sub b BGfo aan onderneming en feitelijk leidinggevende. Niet voeren van een adequaat beleid dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt. Hoogte van de…
  • ECLI:NL:CBB:2019:177 — 07-05-2019 CBb
    Hoger beroep. Boete wegens overtreding van artikel 4:19, tweede lid, van de Wet financieel toezicht. Niet duidelijke en misleidende reclame-uiting. Schending nemo tenetur-beginsel. Wilsafhankelijk materiaal. Beslistermijn artikel 5:51 Awb. Zienswijzegelegenheid boetevoornemen.…
  • ECLI:NL:CBB:2019:156 — 16-04-2019 CBb
    Boete wegens overtreding van artikel 5:20 Awb
  • ECLI:NL:CBB:2017:206 — 21-06-2017 CBb
    Tussenuitspraak. Boete opgelegd van € 2.000.000,- wegens overtreding van artikel 2:60, eerste lid, van de Wft. Boetehoogte gebaseerd op het door de overtreding verkregen voordeel, welke mogelijkheid is neergelegd in artikel 1:81, derde lid, van de Wft (oud). Het College sluit…
  • ECLI:NL:CBB:2015:49 — 20-02-2015 CBb
    advisering financiële dienstverlener over consumptief krediet en betalingsbeschermers - boete - onvoldoende informatie ingewonnen om daarop advisering te mogen baseren - art. 4:23 Wft - AFM mag, behoudens tegenbewijs, in beginsel van uitgaan dat de onderneming haar advies niet…

Bekijk alle 45 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.