Artikel 1:75 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

De toezichthouder of de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, kan een persoon die niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de toezichthouder, onderscheidenlijk de Europese Centrale Bank, gestelde redelijke termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.

Lid 2

De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, kan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid eveneens aan een financiële onderneming geven indien zij tekenen ontwaart van een ontwikkeling die het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit, onderscheidenlijk de technische voorzieningen, van die financiële onderneming in gevaar kan brengen.

Lid 3

Een op grond van het eerste of tweede lid aan een persoon gegeven aanwijzing strekt niet tot aantasting van overeenkomsten tussen die persoon en derden.

Lid 4

Het derde lid is niet van toepassing op overeenkomsten tussen een financiële onderneming of een aan het hoofd van een groep als bedoeld in artikel 1:114 staande groepsmaatschappij en een onder haar verantwoordelijkheid werkzame natuurlijk persoon, voor zover de aanwijzing betrekking heeft op Hoofdstuk 1.7.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 1:75 Wft is sinds 2007 in 37 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, CBb en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:CBB:2024:223 — 26-03-2024 CBb
    Aanwijzing op grond van artikel 28 Wwft naar aanleiding van overtredingen van artikel 3, tweede lid, onder d, van de Wwft (overtreding ten aanzien van cliëntenonderzoeken) en artikel 16, eerste en vierde lid, Wwft (overtredingen ten aanzien van meldingen aan de FIU). Naar het…
  • ECLI:NL:CBB:2020:419 — 30-06-2020 CBb
    Hoger beroep. Bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 4:11 lid 1 sub b Wft (oud) en artikel 115q lid 1 sub b BGfo aan onderneming en feitelijk leidinggevende. Niet voeren van een adequaat beleid dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt. Hoogte van de…
  • ECLI:NL:CBB:2020:57 — 28-01-2020 CBb
    Wet op het financieel toezicht. Hoger beroep. Geen bevoegdheid tot geven van een aanwijzing tot heenzending op grond van artikel 1:75 Wft nu betrokkene zich al had teruggetrokken als dagelijks beleidsbepaler. De andersluidende afspraken tussen partijen doen daar niet aan af.
  • ECLI:NL:CBB:2017:274 — 20-07-2017 CBb
    Boete wegens overtreding van artikel 3:10, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wft. Artikel 10 Besluit prudentiële regels. Artikelen 3 en 16 van de Wwft. Mede gelet op de aard en omvang van de door appellante begane overtredingen, heeft DNB terecht vastgesteld dat…
  • ECLI:NL:CBB:2013:66 — 15-07-2013 CBb
    Aanbieden van beleggingsobjecten zonder vergunning (beleggen in grond); aanwijzing AFM niet in strijd met artikel 1:75 lid 3 Wft; definitie beleggingsobject in de Wft.

Bekijk alle 37 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.