Artikel 2:66a Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Artikel 2:65 is niet van toepassing op een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling:
die rechtstreeks of door middel van een onderneming waarmee hij is verbonden door een gezamenlijke bedrijfsvoering, een gezamenlijke zeggenschapsuitoefening of een gekwalificeerde deelneming, portefeuilles van beleggingsinstellingen beheert waarvan het totaal aan beheerde activa:
niet groter is dan € 100 000 000; of
niet groter is dan € 500 000 000 indien de beleggingsinstellingen geen gebruik maken van hefboomfinanciering en geen recht tot inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in de verschillende beleggingsinstellingen kan worden uitgeoefend gedurende een periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop de rechten in de verschillende beleggingsinstellingen voor het eerst zijn verworven; en
indien rechten van deelneming in de door hem beheerde beleggingsinstelling:
worden aangeboden aan minder dan honderdvijftig personen;
voor zover die rechten slechts kunnen worden verworven tegen een tegenwaarde van ten minste € 100 000 per deelnemer; of
voor zover die rechten een nominale waarde per recht hebben van ten minste € 100 000.
Lid 2
Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing indien rechten van deelneming uitsluitend worden aangeboden aan professionele beleggers.
Lid 3
De Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling op wie het eerste of tweede lid van toepassing is:
meldt dat aan de Autoriteit Financiële Markten onder gelijktijdige verstrekking van gegevens die nodig zijn om hemzelf en de door hem beheerde beleggingsinstellingen te identificeren alsmede van gegevens over de beleggingsstrategieën van de beleggingsinstellingen; en
verstrekt periodiek aan de Autoriteit Financiële Markten informatie met betrekking tot de voornaamste financiële instrumenten waarin hij handelt en de voornaamste risicoposities en de belangrijkste concentraties van de door hem beheerde beleggingsinstellingen.
Lid 4
De Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die niet meer voldoet aan het bepaalde ingevolge het eerste lid, onderdeel a, stelt de Autoriteit Financiële Markten daarvan onverwijld op de hoogte en vraagt binnen 30 dagen een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 aan. Artikel 2:65 is niet van toepassing op de beheerder die heeft voldaan aan de eerste volzin tot de dag waarop het besluit op de vergunningaanvraag is genomen.
Lid 5
Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op de Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling die voldoet aan het eerste lid, onderdeel a, en die op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 heeft verkregen.
Lid 6
Bij een aanbod van rechten van deelneming in een door een beheerder als bedoeld in het eerste lid beheerde beleggingsinstelling en in reclame-uitingen en documenten waarin een dergelijk aanbod in het vooruitzicht wordt gesteld, wordt, indien een aanbieding niet uitsluitend aan professionele beleggers wordt gedaan, vermeld dat de beheerder niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet en dat op hem geen toezicht wordt uitgeoefend op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen. De Autoriteit Financiële Markten stelt de wijze vast waarop de vermelding wordt gedaan. De eerste volzin is niet van toepassing op de beheerder die op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 heeft verkregen.
Lid 7
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met het zesde lid.
Lid 8
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat indien de rechten van deelneming uitsluitend worden aangeboden aan professionele beleggers.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 2:66a Wft is sinds 2015 in 11 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1299 — 25-04-2023 Hof 's-Hertogenbosch
Beleggingen door particulier en MKB-bedrijf in risicovolle fondsen. Zorgplichtschending door aanbieder fondsen? - ECLI:NL:GHAMS:2020:1343 — 12-05-2020 Hof Amsterdam
Het hof oordeelt evenals de rechtbank dat de bank niet het recht had om de posities van de cliënt te liquideren op de wijze waarop zij dat heeft gedaan, namelijk op dezelfde dag dat de bank aan de cliënt had geschreven de klantrelatie te zullen beëindigen, en in weerwil van de… - ECLI:NL:GHAMS:2019:4293 — 05-12-2019 Hof Amsterdam
artikel 11, lid 1, onderdeel i, sub 3 van de Wet op de omzetbelasting 1968. ICBE richtlijn en AIFM richtlijn. Belanghebbende concurreert niet met ICBE-instellingen, omdat niet kan worden gezegd dat belanghebbendes uitsluitende doel is het beleggen in activa waarbij het rendement… - ECLI:NL:GHAMS:2015:4827 — 17-11-2015 Hof Amsterdam
Execution only dienstverlening door bank. Het hof bevestigt het oordeel van de voorzieningenrechter in eerste aanleg dat Binck Bank op 26 januari 2015 niet tot liquidatie van de gehele optieportefeuille van Fibonacci mocht overgaan. - ECLI:NL:RBZWB:2025:3467 — 21-05-2025 Rb. Zeeland-West-Brabant
Geen overeenkomst van opdracht tussen de beheerder van een beleggingsinstelling en de beleggers; geen schending (bijzondere) zorgplicht; geen schending informatieplicht; beheerder niet aansprakelijk vor beweerdelijk geleden schade, noch haar (indirect) bestuurder(s); geen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.