Artikel 3:17c Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Een bank met zetel in Nederland draagt er zorg voor dat de naleving van de bij of krachtens de artikelen 3:10 en 3:17 gestelde regels en de daaruit voor natuurlijke personen voortvloeiende integriteits- en zorgvuldigheidsnormen binnen de bank is gewaarborgd in een tuchtrechtelijke regeling waaraan de in de artikelen 3:8 en 3:17b, tweede lid, bedoelde natuurlijke personen werkzaam bij of onder verantwoordelijkheid van de bank zijn onderworpen en waarvan de toepassing en uitvoering zijn opgedragen aan een onafhankelijke en deskundige externe instantie.

Lid 2

De tuchtrechtelijke regeling, bedoeld in het eerste lid, voldoet voorts aan de volgende eisen:

  1. de omvang van de groep van natuurlijke personen waarop de regeling van toepassing is, is van voldoende betekenis; en

  2. de regeling voorziet in adequate waarborgen voor een behoorlijke procesgang.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aan een tuchtrechtelijke regeling als bedoeld in het eerste lid te stellen eisen.

Recente uitspraken

Art. 3:17c Wft is sinds 2020 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:461 — 13-03-2020 Hof Den Haag
    Bankmedewerker met lang dienstverband, belangenverstrengeling door uitbetalen klantvergoeding aan partner, privérekeningen bekijken e.d. Geen dringende reden, wel ontbinding wegens verwijtbaar handelen. Niet ernstig, dus wel transitievergoeding.
  • ECLI:NL:RBNHO:2021:1246 — 12-01-2021 Rb. Noord-Holland
    Arbeidsrecht. Ontbinding op de e-grond. Baliemedewerkster van een bankfiliaal handelt ernstig verwijtbaar door in strijd met kenbaar beleid van de bank een klant die een biljet van € 500 wilde wisselen in kleine coupures voor te stellen 1 US Dollar aan te kopen met dat € 500…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.