Artikel 3:10 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling met zetel in Nederland voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van haar onderscheidenlijk zijn bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat:

  1. belangenverstrengeling wordt tegengegaan;

  2. wordt tegengegaan dat de financiële onderneming of haar werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden;

  3. wordt tegengegaan dat wegens haar cliënten het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kan worden geschaad; en

  4. wordt tegengegaan dat andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers worden verricht die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid, bedoeld in het eerste lid, moet voldoen.

Lid 3

Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid verstrekt aan de Nederlandsche Bank bij algemene maatregel van bestuur te bepalen informatie over incidenten die verband houden met de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid.

Lid 4

De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Recente uitspraken

Art. 3:10 Wft is sinds 2008 in 35 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2024:482 — 22-03-2024 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Financieel recht. Pauliana (art. 3:45 BW). Zorgplicht bank jegens derden. Verplichting tot cliëntenonderzoek en monitoren cliënten (art. 3:10 en 3:17 Wft, art. 14 Bpr en art. 3 Wwft). Moest bank (uit hoofde van haar zorgplicht) op de…
  • ECLI:NL:CBB:2017:274 — 20-07-2017 CBb
    Boete wegens overtreding van artikel 3:10, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wft. Artikel 10 Besluit prudentiële regels. Artikelen 3 en 16 van de Wwft. Mede gelet op de aard en omvang van de door appellante begane overtredingen, heeft DNB terecht vastgesteld dat…
  • ECLI:NL:GHDHA:2024:490 — 09-04-2024 Hof Den Haag
    De fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering is niet ongeldig en blijft in stand. De € 2,5 miljard die ten tijde van de fusie op de balans van Optas Pensioenen stond behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De…
  • ECLI:NL:GHDHA:2024:489 — 09-04-2024 Hof Den Haag
    De fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering is niet ongeldig en blijft in stand. De € 2,5 miljard die ten tijde van de fusie op de balans van Optas Pensioenen stond behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De…
  • ECLI:NL:GHARL:2023:6292 — 25-07-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Financieel recht: vraag of bank onzorgvuldig heeft gehandeld door onderneming met een beroep op haar beleid virtuele valuta te verplichten afstand te doen van bitcoinportefeuille. Wft en Wwft.

Bekijk alle 35 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.