Artikel 3:23a Wet op het financieel toezicht
Lid 1
De artikelen 3:17 tot en met 3:18 zijn van overeenkomstige toepassing op een in Nederland gelegen klasse 1-bijkantoor en klasse 2-bijkantoor.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan nadere eisen als bedoeld in artikel 48 octies, tweede lid, tweede zin, en derde lid, tweede zin, van de richtlijn kapitaalvereisten stellen met betrekking tot de governance van het bijkantoor.
Lid 3
Het bijkantoor zorgt frequent voor een beoordeling door een onafhankelijke derde over de uitvoering en doorlopende naleving van de in het eerste lid bedoelde vereisten. Het advies dat volgt uit de beoordeling wordt met bevindingen en conclusies ingediend bij de Nederlandsche Bank.
Lid 4
De Nederlandsche Bank stelt de frequentie van de beoordeling bedoeld in het derde lid vast en deelt deze mede aan het bijkantoor.