Artikel 1:54d Wet op het financieel toezicht
Lid 1
De Nederlandsche Bank richt, met inachtneming van artikel 1:90, eerste tot en met derde lid, een college van toezichthouders op voor de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 48 septdecies, vierde en vijfde lid, en artikel 116, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, met inachtneming van de ingevolge artikel 48 terdecies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten gestelde regels, en om te zorgen voor passende coördinatie en samenwerking met relevante toezichthoudende instanties van andere lidstaten, indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een klasse 1-bijkantoor, dat bijkantoor de grootste totale waarde heeft van geboekte activa binnen de Europese Unie, en de groep, waarvan de moederonderneming haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is, waartoe dit bijkantoor behoort:
in meerdere lidstaten een bijkantoor als bedoeld in de aanhef heeft maar geen dochteronderneming heeft in een lidstaat; of
in meerdere lidstaten een bijkantoor als bedoeld in de aanhef heeft en een dochteronderneming in een lidstaat heeft die niet reeds onder een college van toezichthouders valt.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op een klasse 1-bijkantoor en een college van toezichthouders wordt opgericht als bedoeld in het eerste lid door een toezichthouder uit een andere lidstaat, of er in een andere lidstaat reeds een college van toezichthouders is opgericht voor een dochteronderneming van dezelfde groep als waartoe het klasse 1-bijkantoor behoort, neemt zij deel in dat college van toezichthouders.