Artikel 3:96e Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Indien de Nederlandsche Bank de consoliderende toezichthouder is van een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, met zetel in een andere lidstaat, beoordeelt zij een kennisgeving als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 27 decies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 27 ter, onderscheidenlijk 27 undecies, van die richtlijn.

Lid 2

Indien de Europese Centrale Bank de consoliderende toezichthouder is van een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in het eerste lid, omdat zij in de plaats is getreden van de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening bankentoezicht, beoordeelt zij, op aanvraag en indien de financiële holding of gemengde financiële holding zijn zetel heeft in een niet-deelnemende lidstaat, uitsluitend in overeenstemming met de toezichthouder in die lidstaat, de kennisgeving als bedoeld in artikel 27 bis, eerste lid, 27 septies, eerste lid, en 27 decies, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten overeenkomstig artikel 27 ter, onderscheidenlijk artikel 27 undecies, van die richtlijn.

Lid 3

De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank neemt bij de beoordeling, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, artikel 27 quater, tweede en derde lid, onderscheidenlijk 27 duodecies, eerste en tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.