Artikel 1:24 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Prudentieel toezicht is gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de stabiliteit van het financiële stelsel.
Lid 2
De Nederlandsche Bank heeft, op de grondslag van deze wet en met inachtneming van de verordening bankentoezicht, tot taak het prudentieel toezicht op financiële ondernemingen uit te oefenen en te beslissen omtrent de toelating van financiële ondernemingen tot de financiële markten, alsmede bepaalde financiële ondernemingen af te wikkelen.
Lid 3
De Nederlandsche Bank kan, indien een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betrekking heeft op de soliditeit van op de financiële markten werkzame ondernemingen of de stabiliteit van het financiële stelsel, bij algemene maatregel van bestuur worden belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die verordening gestelde regels.
Lid 4
Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de Nederlandsche Bank de taak, bedoeld in het tweede lid, uitoefent.
Lid 5
De Nederlandsche Bank heeft, gelet op de bevoegdheid van de Autoriteit persoonsgegevens als bedoeld in artikel 21a van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, niet tot taak toezicht op betaaldienstverleners uit te oefenen voor zover dat betrekking heeft op de naleving van het bepaalde krachtens artikel 3:17, zevende lid.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 1:24 Wft is sinds 2007 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHSHE:2017:115 — 17-01-2017 Hof 's-Hertogenbosch
mededeling door ex-werkgever over ex-werknemer aan nieuwe werkgever onrechtmatig? - ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5509 — 26-03-2013 Hof Amsterdam
Onvoldoende toezicht AFM op informatieverstrekking DSB met betrekking tot achtergesteld deposito? Geen gehoudenheid van AFM tot ingrijpen in de relevante periode. - ECLI:NL:RBDHA:2018:200 — 11-01-2018 Rb. Den Haag
Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Verzoek deels toewijsbaar. Verzoeker heeft voldoende omstandigheden aangevoerd die een voorlopig getuigenverhoor met betrekking tot de door hem gestelde opzettelijke schending door de Nederlandsche Bank van haar geheimhoudingsplicht… - ECLI:NL:RBROT:2015:1850 — 16-03-2015 Rb. Rotterdam
Handelt DNB onrechtmatig door (het voornemen) eiser te willen hertoetsen, in de zin van artikel 3:9 Wft, in zijn functie als [...] en […] te willen informeren over dat voornemen? Nee. Voorlopig oordeel dat sprake is van een redelijke aanleiding voor hertoetsing. Geen sprake van… - ECLI:NL:RBROT:2013:BZ5156 — 24-01-2013 Rb. Rotterdam
Aan verzoeker is een bestuurlijke boete opgelegd vanwege het feitelijk leidinggeven aan de overtreding van artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht door een rechtspersoon, die kwalificeert als bank in de zin van de Wft. De gestelde taakverdeling tussen de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.