Artikel 1:25d Wet op het financieel toezicht

Lid 1

De Nederlandsche Bank, de leden van haar directie en raad van commissarissen en haar werknemers zijn niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een handelen of nalaten in de uitoefening van een op grond van een wettelijk voorschrift opgedragen taak of verleende bevoegdheid, tenzij deze schade in belangrijke mate het gevolg is van een opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of een opzettelijk onbehoorlijke uitoefening van bevoegdheden of in belangrijke mate te wijten is aan grove schuld.

Lid 2

De Autoriteit Financiële Markten, de leden van haar bestuur en raad van toezicht en haar werknemers zijn niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door een handelen of nalaten in de uitoefening van een op grond van een wettelijk voorschrift opgedragen taak of verleende bevoegdheid, tenzij deze schade in belangrijke mate het gevolg is van een opzettelijk onbehoorlijke taakuitoefening of een opzettelijke onbehoorlijke uitoefening van bevoegdheden of in belangrijke mate te wijten is aan grove schuld.

Lid 3

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de volgende personen, alsmede in voorkomend geval op de bestuurders, werknemers en leden van het toezichthoudend orgaan, van die personen:

  1. een curator als bedoeld in artikel 1:76;

  2. een tijdelijk bewindvoerder als bedoeld in artikel 1:76a of een bijzondere bewindvoerder als bedoeld in artikel 1:76aa;

  3. het Depositogarantiefonds, genoemd in artikel 3:259a;

  4. een overbruggingsinstelling als bedoeld in artikelen 3A:37 en 3A:112;

  5. een rechtspersoon als bedoeld in artikelen 3A:38 en 3A:113;

  6. een entiteit voor activa- en passivabeheer als bedoeld in artikelen 3A:41 en 3A:117;

  7. een bijzonder bestuurder als bedoeld in artikelen 3A:49 en 3A:120;

  8. een stichting administratiekantoor afwikkeling als bedoeld in artikel 3A:50a;

  9. het Afwikkelingsfonds, genoemd in artikel 3A:68.

Recente uitspraken

Art. 1:25d Wft is sinds 2012 in 11 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Amsterdam en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2018:309 — 09-03-2018 Hoge Raad
    Onrechtmatige overheidsdaad. Toezichthoudersaansprakelijkheid. Toezicht DNB op pensioenfondsen. Art. 210 Pensioenwet; onbevoegdelijke doorhaling van pensioenfonds in register pensioenfondsen door DNB? Wettelijke beperking van aansprakelijkheid, art. 1:25d lid 1 Wft.
  • ECLI:NL:GHAMS:2021:2592 — 24-08-2021 Hof Amsterdam
    OK; verzoek tot vaststelling van een aanvullende schadeloosstelling; de Ondernemingskamer overweegt dat een deskundigenbericht zal worden gelast ter beantwoording van de vraag naar de waarde van de aandelen in Conservatrix N.V. op de peildatum in het in 3.10 sub B van de…
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:2389 — 21-06-2016 Hof Amsterdam
    De Nederlandse Bank niet aansprakelijk als toezichthouder op grond van art. 1:25 lid 1 Wet financieel toezicht bij uitschrijving van een pensioenfonds.
  • ECLI:NL:RBROT:2024:9239 — 19-09-2024 Rb. Rotterdam
    De stichting wil dat DNB handhavend optreedt tegen Transactie Monitoring Nederland (TMNL), tegen de deelnemende banken en tegen de Nederlandse Vereniging van Banken wegens overtreding van artikel 10 Wwft. DNB meent echter dat de stichting geen belanghebbende is in de zin van…
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:2051 — 11-04-2024 Rb. Amsterdam
    Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Het verzoek komt neer op een fishing expedition en wordt daarom afgewezen.

Bekijk alle 11 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.