Artikel 3:104 Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Onverminderd de artikelen 1:102, tweede lid, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een door haar verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, 3:96a, eerste lid, 3:96c, eerste lid, of 3:97, dan wel een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:103a, derde lid, beperkingen stellen dan wel voorschriften verbinden met het oog op de belangen die artikel 3:100, onderscheidenlijk, 3:101, onderscheidenlijk, 3:101a beoogt te beschermen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 3:95, derde lid.

Lid 2

Indien enige zeggenschap, verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, of verbonden aan een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk, artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, is uitgeoefend zonder dat een verklaring van geen bezwaar is verkregen of dat de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, dan wel indien zonder de in artikel 3:103a, derde lid, bedoelde instemming is verkregen of de daaraan gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Nederlandsche Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank binnen wier rechtsgebied de financiële onderneming haar zetel heeft, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend of de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voorzover nodig de gevolgen van de vernietiging.

Lid 3

De Nederlandsche Bank kan degene die niet voldoet aan artikel 3:95, eerste lid, 3:96, eerste lid, 3:96a, eerste lid, of 3:96c, eerste lid of artikel 3:103a, derde lid, door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.

Recente uitspraken

Art. 3:104 Wft is sinds 2011 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CBb en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:CBB:2016:270 — 12-09-2016 CBb
    Verklaring van geen bezwaar voor verwerven of houden van gekwalificeerde deelnemingen in vennootschap. Mogelijkheid van DNB om voorschriften te verbinden aan de goedkeuring van de voorgenomen verwerving. Vervolg op CBb 30 december 2013 (ECLI:NL:CBB:2013:301) en HvJ EU 25 juni…
  • ECLI:NL:RBROT:2011:BR4191 — 04-08-2011 Rb. Rotterdam
    DNB heeft bij het bestreden besluit voorwaarden verbonden aan verklaringen van geen bezwaar (vvgb’s) voor het houden van gekwalificeerde deelnemingen aan een kredietverzekeraar. DNB heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan artikel 7:15 Awb nu daartoe een verzoek voorlag en…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.