Artikel 3:101a Wet op het financieel toezicht

Lid 1

De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, tenzij:

  1. de aanvrager als gevolg van de deelneming niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld; of

  2. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen deelneming geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen deelneming het risico daarop zou kunnen vergroten.

Lid 2

De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdelen b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdelen b en c, tenzij:

  1. de betrouwbaarheid van de aanvrager van de verklaring van geen bezwaar of van de personen die op grond van de voorgenomen fusie of splitsing het beleid van de financiële onderneming zullen bepalen of mede bepalen of zullen kunnen bepalen of mede bepalen niet buiten twijfel staat;

  2. de aanvrager, gelet op zijn reputatie, niet geschikt is of de personen die op grond van de voorgenomen fusie of splitsing het dagelijks beleid van de financiële onderneming zullen bepalen terzake niet geschikt zijn;

  3. de financiële soliditeit van de financiële ondernemingen betrokken bij de fusie of splitsing rekening houdend met de bedrijfsactiviteiten van de financiële onderneming, niet is gewaarborgd;

  4. de financiële onderneming die ontstaat als gevolg van de voorgenomen fusie of splitsing niet zal kunnen blijven voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet zijn gesteld;

  5. het uitvoeringsplan van de voorgenomen fusie of splitsing vanuit prudentieel oogpunt niet realistisch en solide is; of

  6. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen fusie of splitsing geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen verwerving of vergroting het risico daarop zou kunnen vergroten.

Lid 3

Indien een aanvrager onvolledige of onjuiste informatie verstrekt, ondanks een verzoek overeenkomstig artikel 1:106c, eerste lid, wordt de verklaring van geen bezwaar niet verleend.

Lid 4

In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank, en, waar van toepassing overeenkomstig artikel 3:96a, derde lid, of 3:96c, derde lid, in overeenstemming met de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat, de verklaring van geen bezwaar verlenen, indien:

  1. een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, ziet op een situatie als bedoeld in artikel 27 bis, zevende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten;

  2. een fusie als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel b, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel b, ziet op een situatie als bedoeld in artikel 27 decies, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.