Artikel 3:53 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een bank met zetel in Nederland, een beheerder met zetel in Nederland van een icbe, een beleggingsonderneming met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend, een betaalinstelling, een bewaarder met zetel in Nederland, een clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, kredietunie, pensioenbewaarder, premiepensioeninstelling met zetel in Nederland, een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling of een verzekeraar met zetel in Nederland beschikt over een minimumbedrag aan eigen vermogen.
Lid 2
Onverminderd het eerste lid beschikt een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid over financiële middelen tot dekking van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de omvang en de samenstelling van het minimumbedrag aan eigen vermogen. Bij de vaststelling van het minimumbedrag aan eigen vermogen wordt bepaald wat daarbij voor de onderscheiden rechtsvormen onder eigen vermogen wordt verstaan.
Lid 4
Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid wordt uitgedrukt in het minimumkapitaalvereiste.
Lid 5
Indien een bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in het eerste lid voorziet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn minimumbedrag aan eigen vermogen niet voldoet of niet zal voldoen aan de regels, bedoeld in het derde lid, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Lid 6
Indien een verzekeraar als bedoeld in het eerste lid constateert dat niet meer wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste, dan wel voorziet dat er in de drie volgende maanden mogelijk niet aan wordt voldaan, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank.
Lid 7
De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, aan een clearinginstelling, kredietunie of premiepensioeninstelling als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen van het eerste of derde lid, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 8
Het eerste en derde lid zijn niet van toepassing indien een betaalinstelling alleen betaaldiensten verleent als bedoeld onder 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
- Art. 1 WED
- Art. 1:19 Wft
- Art. 1:94 Wft
- Art. 1:104 Wft
- Art. 2:3b Wft
- Art. 2:3i Wft
- Art. 2:5 Wft
- Art. 2:7 Wft
- Art. 2:10b Wft
- Art. 2:12 Wft
- Art. 2:17 Wft
- Art. 2:21 Wft
- Art. 2:26b Wft
- Art. 2:26e Wft
- Art. 2:31 Wft
- Art. 2:37 Wft
- Art. 2:41 Wft
- Art. 2:49 Wft
- Art. 2:51 Wft
- Art. 2:54e Wft
- Art. 2:54h Wft
- Art. 2:54p Wft
- Art. 2:67 Wft
- Art. 2:68 Wft
- Art. 2:69d Wft
Recente uitspraken
Art. 3:53 Wft is sinds 2008 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hoge Raad en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2019:746 — 17-05-2019 Hoge Raad
Financieel toezicht. Overdracht aandelen verzekeraar op grond van overdrachtsplan De Nederlandsche Bank; art. 3:195c (oud) Wft en art. 3:159u (oud) Wft. Summierlijk blijken bestaan toestand van art. 3:195c (oud) Wft; door rechter te hanteren maatstaf; art. 3:159ij (oud) Wft.… - ECLI:NL:RBAMS:2026:1107 — 05-02-2026 Rb. Amsterdam
Bij beschikking van 15 mei 2017 heeft rechtbank overdrachtsplan DNB voor verzekeraar goedgekeurd (art. 3:195c (oud) Wft en art. 3:159u (oud) Wft). Bekrachtigd door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:746). Verzekeraar verzoekt herroeping van de beschikking van de rechtbank op de voet… - ECLI:NL:RBAMS:2017:3309 — 15-05-2017 Rb. Amsterdam
Goedkeuring overdrachtsplan en uitspreken overdrachtsregeling ten aanzien van levensverzekeraar (artikel 3:159c Wft). - ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ7576 — 09-09-2009 Rb. Zutphen
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van schending van de publicatieplicht. Voor wat betreft het verweer verwijzen naar een als productie in het geding gebrachte brief gaat niet op. - ECLI:NL:RBROT:2008:BD7159 — 07-07-2008 Rb. Rotterdam
Betrokkene, een onderlinge waarborgmaatschappij, kwalificeert als schadeverzekeraar, zowel onder de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 als onder de Wet op het financieel toezicht. Overgangsrecht. Procesbelang. Buitenbehandelingstelling aanvraag.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.