Artikel 3a:135 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een besluit van de Nederlandsche Bank ingevolge de afdelingen 3A.2.3 en 3A.2.4 tien dagen.
Lid 2
In afwijking van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht, is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet.
Lid 3
Na afloop van de termijn voor het instellen van beroep kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.
Lid 4
In afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde griffierecht dient plaats te vinden, twee weken.
Lid 5
De bestuursrechter behandelt de zaak op versnelde wijze overeenkomstig artikel 8:52, tweede lid, onderdelen b tot en met f, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Afdeling 8.2.4 van die wet blijft buiten toepassing.
Lid 6
De bestuursrechter doet uitspraak uiterlijk op de veertiende dag nadat het beroepschrift is ontvangen. Indien met toepassing van artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht twee of meer zaken gevoegd worden behandeld, doet de bestuursrechter uitspraak uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het laatst ontvangen beroepschrift.
Dit artikel verwijst naar:
- Afdeling 8.2.4 van die wet (Awb)
- artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet (Awb)
- artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- artikel 8:52, tweede lid, onderdelen b tot en met f, en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
- 3A.2.4 (Wft)
- afdelingen 3A.2.3 (Wft)