Artikel 3:29a Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland stelt de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen op de wijze als bepaald in artikel 3:29aa, eerste lid, of op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze zeker.
Lid 2
Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland stelt de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld op de wijze als bepaald in artikel 3:29aa, eerste lid, of op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze zeker.
Lid 3
Het eerste lid is niet van toepassing indien een betaalinstelling alleen betaaldiensten verleent als bedoeld onder 7 en 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 3:29a Wft is sinds 2016 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam en Rb. Noord-Nederland.
- ECLI:NL:RBAMS:2025:3935 — 11-06-2025 Rb. Amsterdam
Betaaldienstverlener (PSP). Geen bijzondere zorgplicht betaaldienstverlener. Verplichting artikel 3:29a Wft. Wijze van berekenen van het deposit level, het bedrag aan gelden dat Adyen nodig heeft om haar risico af te dekken, en de factoren waarop deze berekening berust, komt de… - ECLI:NL:RBNNE:2022:472 — 23-02-2022 Rb. Noord-Nederland
Bestuurdersaansprakelijkheid, vereiste van benadeling - ECLI:NL:RBAMS:2016:2019 — 15-03-2016 Rb. Amsterdam
Kort geding. Beslag opgeheven, summierlijk gebleken dat het beslag onnodig is. Artikel 705 lid 2 Rv.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.