Artikel 4:88 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een beleggingsonderneming, met inbegrip van haar bestuurders, werknemers en verbonden agenten of een persoon die rechtstreeks of onrechtstreeks is verbonden door een zeggenschapsband, voert een adequaat beleid ter zake van het voorkomen en beheersen van belangenconflicten tussen haar en haar cliënten en tussen haar cliënten onderling.
Lid 2
Een beleggingsonderneming zorgt ervoor dat haar cliënten op billijke wijze worden behandeld in het geval dat een belangenconflict onvermijdelijk blijkt te zijn. In dat geval stelt een beleggingsonderneming – alvorens over te gaan tot het doen van zaken – haar cliënten op de hoogte van het belangenconflict.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het in het eerste lid bedoelde beleid en het informeren van cliënten bij een belangenconflict als bedoeld in het tweede lid.
Lid 4
Onverminderd het bepaalde in artikel 4:12, eerste lid, onderdeel c, richt een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat de bedrijfsvoering van een in Nederland gelegen bijkantoor zodanig in dat deze niet in strijd is met het eerste en tweede lid.
Lid 5
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het derde lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 4:88 Wft is sinds 2012 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Amsterdam en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2020:2099 — 18-12-2020 Hoge Raad
Procesrecht. Gezag van gewijsde. Art. 236 lid 1 Rv. Heeft de grondslag van de vordering in de onderhavige procedure betrekking op dezelfde geschilpunten als die waarover in een eerdere procedure bij kracht van gewijsde is beslist? Voorts motiveringsklacht tegen uitleg grief. - ECLI:NL:HR:2012:BW9244 — 26-10-2012 Hoge Raad
Arbeidsrecht; art. 7:611, 677 BW. Onmiddellijke opzegging door werknemer in verband met interne misstanden bij werkgever (bank). Dringende reden? Doorspelen van vertrouwelijke informatie door werknemer aan cliënt van werkgever gerechtvaardigd door uit wet- en regelgeving en… - ECLI:NL:GHDHA:2025:2361 — 11-11-2025 Hof Den Haag
Renteswap. Procedure na cassatie en verwijzing. Is de bank tekortgeschoten in haar contractuele verbintenissen en/of zorgplichten bij het aangaan, verlengen en beëindigen van renteswapovereenkomsten met een klant? Hof: de bank heeft ten onrechte een marge ingehouden bij… - ECLI:NL:GHDHA:2022:1558 — 31-05-2022 Hof Den Haag
Pensioenrecht, vervolg op HR 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099). Geschil tussen werkgever en pensioenverzekeraar over de uitleg van de uitvoeringsovereenkomst. Gesepareerd beleggingsdepot met winstdeling. Voorwaarden voor bijstortingsverplichting. - ECLI:NL:GHAMS:2018:3786 — 16-10-2018 Hof Amsterdam
Pensioenverzekering. Uitvoeringsovereenkomst werkgever met pensioenverzekeraar inzake belegging pensioengelden. Gesepareerd beleggingsdepot. Bijstortingen in beleggingsdepot wegens te lage dekkingsgraad. Bijstortingen in strijd met de pensioenwet? Gezag van gewijsde van…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.