Artikel 3:111bb Wet op het financieel toezicht
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, aanvraagt indien:
het bijkantoor de activiteiten bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, verricht met cliënten of tegenpartijen in andere lidstaten die niet vallen onder de vrijstellingen uit artikel 48 quater, vierde lid, onderdeel d, van de richtlijn kapitaalvereisten;
het bijkantoor systeemrelevant wordt geacht op grond van artikel 3:111ba;
het totaalbedrag van de activa van alle bijkantoren in de lidstaten die tot dezelfde groep als een bank uit een staat die geen lidstaat is behoren, ten minste € 40 miljard bedraagt, of het bedrag van de activa op de balans van het bijkantoor in Nederland in zijn boeken ten minste € 10 miljard bedraagt;
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een bijkantoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid behoeft indien de Nederlandsche Bank:
eerder de maatregelen bedoeld in artikel 3:111a.1, tweede lid, of 3:111ba, tweede lid, heeft genomen; of
op andere dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde gronden van oordeel is dat de maatregelen bedoeld in dit lid, onderdeel a, ontoereikend zouden zijn om de wezenlijke toezichtproblemen weg te nemen.