Artikel 3:111a.1 Wet op het financieel toezicht
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan aan een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor maatregelen opleggen om ervoor te zorgen dat:
het bijkantoor voldoet aan het bepaalde ingevolge dit deel;
de wezenlijke risico’s waaraan het bijkantoor is blootgesteld, op solide en toereikende wijze worden gedekt en beheerd en dat het bijkantoor levensvatbaar blijft.
Lid 2
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn de volgende:
voorschrijven dat zij over een hogere solvabiliteit of liquiditeit beschikt dan ingevolge de artikelen 3:57 en 3:63 van deze wet is vereist;
voorschrijven dat ingevolge artikel 3:17 ingevoerde strategieën, maatregelen, procedures en ingevolge artikel 3:80a vereiste boekingsvereisten worden aangescherpt;
beperkingen opleggen aan de reikwijdte van de bedrijfsactiviteiten, aan de activiteiten die zij verrichten, of aan de tegenpartijen bij die activiteiten;
voorschrijven dat activiteiten, producten en systemen, waaronder de uitbestede activiteiten, die een inherent risico met zich meebrengen worden beperkt of beëindigd;
voorschrijven dat het bijkantoor voldoet aan aanvullende rapportagevereisten overeenkomstig artikel 3:72 of de frequentie van de periodieke rapportage verhoogd; of
voorschrijven dat het bijkantoor aanvullende informatie openbaar maakt.
Lid 3
De Nederlandsche Bank heft de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, op zodra het bijkantoor weer voldoet aan het bepaalde ingevolge dit deel of de risico’s weer op solide en toereikende wijze worden gedekt en beheerd en het bijkantoor weer levensvatbaar is.