Artikel 3:111ba Wet op het financieel toezicht

Lid 1

De Nederlandsche Bank beoordeelt, indien een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor zich in een groep in de Europese Unie bevindt met een gerapporteerd totaalbedrag aan activa van € 40 miljard of meer bij alle in de Europese Unie gevestigde bijkantoren, of dat bijkantoor systeemrelevant is en aanzienlijke risico’s met zich meebrengt voor de financiële stabiliteit van de Europese Unie of Nederland, overeenkomstig de artikelen 48 decies, tweede lid, tweede alinea, en 48 undecies, eerste tot en met derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Lid 2

Indien een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid als systeemrelevant is aangemerkt, kan de Nederlandsche Bank om de vastgestelde risico’s te adresseren maatregelen nemen waaronder:

  1. voorschrijven dat het bijkantoor zijn activa of activiteiten zodanig herstructureert dat zij niet langer als systeemrelevant wordt aangemerkt of dat zij niet langer een overmatig risico vormt voor de financiële stabiliteit van de de lidstaten;

  2. voorschrijven dat het bijkantoor aan aanvullende prudentiële eisen voldoet die de Nederlandsche Bank noodzakelijk acht.