Artikel 3:267k Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een bank met meer dan drie miljoen in Nederland woonachtige of gevestigde betaalrekeninghouders, zorgt voor de instandhouding van een chartale basisinfrastructuur die aan de bij of krachtens dit artikel gestelde eisen voldoet. De bank werkt daartoe samen met andere banken waarop deze verplichting rust.
Lid 2
De chartale basisinfrastructuur bestaat uit landelijk dekkende en adequate voorzieningen voor het opnemen en storten van eurobankbiljetten en euromunten. Voor die landelijke dekking geldt als maatstaf dat voor iedere in Nederland woonachtige of gevestigde betaalrekeninghouder een voorziening voor het opnemen van eurobankbiljetten binnen een straal van vijf kilometer beschikbaar is. Voor uitzonderlijke gevallen kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van de in de vorige zin bedoelde afstand.
Lid 3
De chartale basisinfrastructuur is toegankelijk voor andere banken tegen eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden en tarieven.
Lid 4
Een bank als bedoeld in het eerste lid of in artikel 3:267l, tweede of derde lid, zorgt ervoor dat aan haar in Nederland woonachtige of gevestigde betaalrekeninghouders geen tarieven voor het gebruik van de chartale basisinfrastructuur in rekening worden gebracht die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen grenzen overschrijden.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de voorzieningen waaruit de chartale basisinfrastructuur bestaat en de daaraan te stellen eisen.
Lid 6
De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.