Afdeling 3.5.1.0. Systeemrelevantie en bankvergunningseis bijkantoren van ondernemingen uit een staat die geen lidstaat is
Artikel 3:111ba
Lid 1
De Nederlandsche Bank beoordeelt, indien een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor zich in een groep in de Europese Unie bevindt met een gerapporteerd totaalbedrag aan activa van € 40 miljard of meer bij alle in de Europese Unie gevestigde bijkantoren, of dat bijkantoor systeemrelevant is en aanzienlijke risico’s met zich meebrengt voor de financiële stabiliteit van de Europese Unie of Nederland, overeenkomstig de artikelen 48 decies, tweede lid, tweede alinea, en 48 undecies, eerste tot en met derde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
Lid 2
Indien een bijkantoor als bedoeld in het eerste lid als systeemrelevant is aangemerkt, kan de Nederlandsche Bank om de vastgestelde risico’s te adresseren maatregelen nemen waaronder:
voorschrijven dat het bijkantoor zijn activa of activiteiten zodanig herstructureert dat zij niet langer als systeemrelevant wordt aangemerkt of dat zij niet langer een overmatig risico vormt voor de financiële stabiliteit van de de lidstaten;
voorschrijven dat het bijkantoor aan aanvullende prudentiële eisen voldoet die de Nederlandsche Bank noodzakelijk acht.
Artikel 3:111bb
Lid 1
De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een klasse 1-bijkantoor of klasse 2-bijkantoor een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, aanvraagt indien:
het bijkantoor de activiteiten bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, verricht met cliënten of tegenpartijen in andere lidstaten die niet vallen onder de vrijstellingen uit artikel 48 quater, vierde lid, onderdeel d, van de richtlijn kapitaalvereisten;
het bijkantoor systeemrelevant wordt geacht op grond van artikel 3:111ba;
het totaalbedrag van de activa van alle bijkantoren in de lidstaten die tot dezelfde groep als een bank uit een staat die geen lidstaat is behoren, ten minste € 40 miljard bedraagt, of het bedrag van de activa op de balans van het bijkantoor in Nederland in zijn boeken ten minste € 10 miljard bedraagt;
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan voorschrijven dat een bijkantoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid behoeft indien de Nederlandsche Bank:
eerder de maatregelen bedoeld in artikel 3:111a.1, tweede lid, of 3:111ba, tweede lid, heeft genomen; of
op andere dan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde gronden van oordeel is dat de maatregelen bedoeld in dit lid, onderdeel a, ontoereikend zouden zijn om de wezenlijke toezichtproblemen weg te nemen.