Afdeling 4.2.3. Zorgvuldige dienstverlening
Wordt genoemd in:
Artikel 4:18
Lid 1
Deze afdeling is niet van toepassing op:
herverzekeringsbemiddelaars;
financiële diensten met betrekking tot de verzekering van grote risico’s;
het aanbieden van premiepensioenvorderingen.
Lid 2
Voor de toepassing van het ingevolge de artikelen 4:19, 4:20, 4:21 en 4:22 bepaalde wordt onder natura-uitvaartverzekering mede verstaan een overeenkomst die strekt tot fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon, indien de overeenkomst wordt aangegaan door een natura-uitvaartverzekeraar en voor de natura-uitvaartverzekeraar geen beleggingsrisico met zich brengt.
Lid 3
Voor de toepassing van de artikelen 4:19, 4:20, 4:21, 4:23 en 4:24a wordt onder nevendienst tevens verstaan een dienst die samen met een krediet aan de consument wordt aangeboden.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen producten en diensten worden aangewezen waarop het bepaalde ingevolge de artikelen 4:20, eerste en tweede lid, en 4:25, eerste lid, voorzover betrekking hebbend op overeenkomsten op afstand, van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 4:18a
Lid 1
Een beleggingsonderneming kwalificeert haar cliënten als in aanmerking komende tegenpartij, professionele belegger of als niet-professionele belegger en stelt hen daarvan in kennis.
Lid 2
De beleggingsonderneming informeert haar cliënten op een duurzame drager dat zij kunnen verzoeken om een andere kwalificatie en informeert hen over het daaruit voortvloeiende lagere of hogere beschermingsniveau.
Artikel 4:18b
Lid 1
De artikelen 4:19, eerste en derde lid, 4:20, vierde en vijfde lid, 4:22, tweede tot en met vierde lid, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, tweede lid, 4:90a, 4:90b en 4:90d, eerste lid, zijn niet van toepassing op het ontvangen en doorgeven van orders en het uitvoeren van orders of rechtstreeks daarmee verband houdende nevendiensten met in aanmerking komende tegenpartijen.
Lid 2
Een beleggingsonderneming kan een professionele belegger als bedoeld in onderdeel q van de definitie van professionele belegger in artikel 1:1, of een onderneming met zetel in een andere lidstaat die geen in aanmerking komende tegenpartij is in de zin van artikel 1:1 en in die lidstaat wordt aangemerkt als in aanmerking komende tegenpartij, kwalificeren als in aanmerking komende tegenpartij indien de cliënt heeft ingestemd met die kwalificatie.
Lid 3
Een beleggingsonderneming kan, in afwijking van het eerste lid, op verzoek van een in aanmerking komende tegenpartij elk van de artikelen 4:19, eerste en derde lid, 4:20, vierde en vijfde lid, 4:22, tweede tot en met vierde lid, 4:23, eerste en tweede lid, vierde lid, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b en 4:90d, eerste lid, jegens die partij per transactie of in het algemeen toepassen.
Lid 4
Een onderneming die voldoet aan artikel 4:18c, eerste en tweede lid, kan de beleggingsonderneming verzoeken om als in aanmerking komende tegenpartij te worden aangemerkt indien zij voor de beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, als professionele belegger is aangemerkt op grond van artikel 4:18c, derde lid.
Artikel 4:18c
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming kan een niet-professionele belegger op diens verzoek als professionele belegger aanmerken indien hij naar het oordeel van de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming over voldoende deskundigheid, kennis en ervaring met betrekking tot de aard van de beoogde beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten beschikt om zelf beleggingsbeslissingen te nemen en de daaraan verbonden risico’s in te schatten.
Lid 2
Een niet-professionele belegger wordt geacht over voldoende deskundigheid, kennis en ervaring als bedoeld in het eerste lid te beschikken indien hij voldoet aan ten minste twee van de volgende drie criteria:
tijdens de voorafgaande vier kwartalen heeft de cliënt op de desbetreffende markt per kwartaal gemiddeld tien transacties van significante omvang verricht;
de omvang van de portefeuille financiële instrumenten en deposito’s in geld van de niet-professionele belegger is groter dan € 500 000; of
de niet-professionele belegger is gedurende ten minste een jaar werkzaam of werkzaam geweest in de financiële sector, waar hij een beroep uitoefent of heeft uitgeoefend waarbij kennis van de beoogde beleggingsdiensten, beleggingsactiviteiten of nevendiensten vereist is of was.
Lid 3
In een overeenkomst tussen de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming en de niet-professionele belegger wordt gespecificeerd voor welke beleggingsdiensten, soorten financiële instrumenten of transacties de kwalificatie als professionele belegger geldt.
Lid 4
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te volgen procedure.
Artikel 4:18d
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming kan een cliënt die professionele belegger is op diens verzoek of op eigen initiatief per beleggingsdienst, transactie of in het algemeen als niet-professionele belegger aanmerken. De beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming stelt een cliënt die professionele belegger is ervan in kennis dat hij kan verzoeken om als niet-professionele belegger te worden aangemerkt, tenzij de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming een beleidslijn heeft vastgelegd waaruit blijkt dat zij een dergelijk verzoek niet zal inwilligen.
Lid 2
Indien de beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming en de cliënt overeenkomen dat de cliënt als niet-professionele belegger wordt aangemerkt, wordt dat vastgelegd in een overeenkomst. Daarin wordt bepaald voor welke beleggingsdiensten, soorten financiële instrumenten of transacties de kwalificatie als niet-professionele belegger geldt.
Artikel 4:18e
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming legt gedragsregels en procedures vast met betrekking tot het al dan niet kwalificeren van haar cliënten als professionele belegger.
Lid 2
Indien een beheerder van een beleggingsinstelling of beleggingsonderneming constateert dat een niet-professionele belegger structureel niet meer voldoet aan de voorwaarden om als professionele belegger in aanmerking te komen, merkt zij hem aan als niet-professionele belegger en stelt zij hem daarvan in kennis
Artikel 4:19
Lid 1
Een financiële onderneming draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan ingevolge deze wet te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.
Lid 2
De door een financiële onderneming aan cliënten verstrekte of beschikbaar gestelde informatie, waaronder reclame-uitingen, ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst is correct, duidelijk en niet misleidend.
Lid 3
De financiële onderneming draagt er zorg voor dat het commerciële oogmerk van de verstrekte of beschikbaar gestelde informatie als zodanig herkenbaar is.
Lid 4
Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op reclame-uitingen van een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe en een kredietservicer.
Artikel 4:20
Lid 1
Voorafgaand aan het adviseren, het verlenen van een beleggingsdienst, het verlenen van een nevendienst of de totstandkoming van een overeenkomst inzake een financieel product niet zijnde een financieel instrument verstrekt een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener de consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van die dienst of dat product. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in de vorige volzin bedoelde informatie. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de informatie die wordt verschaft met betrekking tot de uitoefening door de consument of cliënt van de in artikel 230x, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechten.
Lid 2
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een financiële onderneming in daarbij te bepalen gevallen in afwijking van het eerste lid, eerste volzin, de in dat lid bedoelde informatie geheel of gedeeltelijk na het aangaan van de overeenkomst verstrekt.
Lid 3
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product, financiële dienst of nevendienst verstrekt een beleggingsonderneming of financiëledienstverlener de consument, of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt tijdig informatie over:
wezenlijke wijzigingen in de informatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover deze wijzigingen redelijkerwijs relevant zijn voor de consument onderscheidenlijk de cliënt; en
bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
Lid 4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop een financiële onderneming gedurende de looptijd van een overeenkomst informatie moet verstrekken.
Lid 5
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de informatie, bedoeld in het derde lid, in daarbij aan te wijzen gevallen uitsluitend op verzoek van de consument onderscheidenlijk de cliënt wordt verstrekt.
Lid 6
De in dit artikel bedoelde informatie mag in gestandaardiseerde vorm worden verstrekt.
Lid 7
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van dit artikel bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:21
Indien een financiëledienstverlener een financiële dienst verleent door tussenkomst van een bemiddelaar, gevolmachtigde agent of een ondergevolmachtigde agent wordt de informatie, bedoeld in artikel 4:20, eerste en derde lid, verstrekt door deze bemiddelaar, gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, tenzij de desbetreffende financiële onderneming en de bemiddelaar, gevolmachtigde agent onderscheidenlijk ondergevolmachtigde agent zijn overeengekomen dat de financiële onderneming zelf aan artikel 4:20, eerste en derde lid, voldoet.
Artikel 4:22.0a
Lid 1
Een aanbieder van krediet, bank, beleggingsonderneming, betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling die bankdiensten aan consumenten als bedoeld in artikel 3, onder 28, van de toegankelijkheidsrichtlijn verleent draagt er zorg voor dat die diensten voldoen aan bijlage I, afdelingen III en IV, onderdeel e, van die richtlijn.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toegankelijkheid van de in het eerste lid bedoelde bankdiensten, alsmede regels met betrekking tot:
de interne procedures om de toegankelijkheid tot die diensten voor personen met een handicap te waarborgen; en
de informatieverstrekking over die diensten.
Lid 3
Het eerste lid is niet van toepassing op een onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro.
Lid 4
De bij of krachtens het eerste en tweede lid gestelde regels zijn slechts van toepassing voor zover de naleving van die regels geen ingrijpende wijziging van de bankdienst, resulterend in een significante wijziging van de aard van die bankdienst, vereist en geen onevenredige last voor de aanbieder van de bankdienst oplevert. De beoordeling of sprake is van een significante wijziging van de aard van de bankdienst en een onevenredige last geschiedt met inachtneming van de bij of krachtens artikel 14, tweede en zevende lid, van de toegankelijkheidsrichtlijn gestelde regels.
Lid 5
De aanbieder van een bankdienst die een beroep doet op het vierde lid neemt de in artikel 14, derde tot en met zesde en achtste lid, van de toegankelijkheidsrichtlijn opgenomen verplichtingen in acht.
Lid 6
Dit artikel is niet van toepassing op inhoud van websites en mobiele toepassingen, als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de toegankelijkheidsrichtlijn.
Artikel 4:22
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een financiële onderneming over een financieel product, financiële dienst of nevendienst.
Lid 2
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen tevens ter uitvoering van titel III van de richtlijn betaaldiensten regels worden gesteld met betrekking tot de informatieverstrekking door een betaaldienstverlener over betaaldiensten.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het eerste lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het verlenen van een beleggingsdienst of nevendienst, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 4
Artikel 1:23 is niet van toepassing ten aanzien van de regels, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4:22a
Lid 1
Voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst van verzekering stelt een financiëledienstverlener op basis van de door de cliënt verstrekte informatie de wensen en behoeften van de cliënt vast.
Lid 2
De financiëledienstverlener draagt er zorg voor dat uitsluitend informatie wordt verstrekt over verzekeringen die aansluiten bij de wensen en behoeften van de cliënt.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeringen die worden aangeboden samen met een ander financieel product of financiële dienst als onderdeel van een pakket of van dezelfde overeenkomst.
Artikel 4:23
Lid 1
Indien een financiële onderneming een consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, cliënt adviseert of een individueel vermogen beheert:
wint zij in het belang van de consument onderscheidenlijk de cliënt informatie in over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voorzover dit redelijkerwijs relevant is voor haar advies of het beheren van het individuele vermogen;
draagt zij er zorg voor dat haar advies of de wijze van het beheer van het individueel vermogen, voorzover redelijkerwijs mogelijk, mede is gebaseerd op de in onderdeel a bedoelde informatie; en
licht zij, indien het advisering betreft met betrekking tot financiële producten die geen financiële instrumenten zijn, de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan haar advies voorzover dit nodig is voor een goed begrip van haar advies.
Lid 2
Indien een financiële onderneming bij het verlenen van een financiële dienst die geen beleggingsdienst is, een consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt niet adviseert, maakt zij dat bij aanvang van haar werkzaamheden ten behoeve van de consument onderscheidenlijk de cliënt aan deze kenbaar.
Lid 3
Indien een beleggingsonderneming een niet-professionele belegger adviseert, verstrekt zij de niet-professionele belegger gelijktijdig met het advies of in ieder geval voordat een transactie wordt verricht een geschiktheidsverklaring op een duurzame drager waarin het advies wordt gespecificeerd en waarin is opgenomen hoe het advies aan de voorkeuren, beleggingsdoelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele belegger beantwoordt.
Lid 4
Indien sprake is van het beheren van een individueel vermogen verstrekt de beleggingsonderneming aan de niet-professionele belegger een periodieke geschiktheidsverklaring waarin wordt ingegaan op de manier waarop de belegging nog beantwoordt aan de voorkeuren, doelstellingen en andere kenmerken van de niet-professionele belegger.
Lid 5
Indien sprake is van adviseren of beheren van een individueel vermogen in combinatie met een andere financiële dienst of financieel product, wordt bij de beoordeling van de geschiktheid nagegaan of de gehele dienstverlening of de combinatie van de financiële dienst en het financieel product geschikt is. Het eerste, tweede, en zesde lid (nieuw) is van overeenkomstige toepassing.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
de informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de wijze waarop deze informatie wordt ingewonnen;
de wijze, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, waarop een beleggingsonderneming bij haar advies over financiële instrumenten of het beheren van het individueel vermogen rekening houdt met de ingewonnen informatie;
de wijze waarop de toelichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt gegeven;
de wijze waarop de financiële onderneming de consument onderscheidenlijk de cliënt kenbaar maakt dat zij niet adviseert; en
de gevallen waarin de informatie, bedoeld in het derde lid, na het verrichten van de transactie kan worden verstrekt.
Lid 7
Het derde lid en het bij of krachtens het zesde lid, aanhef en onderdeel e, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die een cliënt adviseren over een verzekering met een beleggingscomponent.
Lid 8
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het zesde lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het adviseren over financiële instrumenten of het beheren van een individueel vermogen, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 9
Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op het adviseren van een professionele belegger of het beheren van een individueel vermogen, indien de professionele belegger richting de beleggingsonderneming heeft aangegeven een geschiktheidsverklaring respectievelijk een periodieke geschiktheidsverklaring te willen ontvangen. De beleggingsonderneming legt de communicatie hierover met de professionele belegger vast in een register.
Artikel 4:23a
Lid 1
Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst als bedoeld in artikel 1:1, met uitzondering van de onderdelen e en f, verleent aan of die rechtstreeks een beleggingsactiviteit als bedoeld in artikel 1:1, met uitzondering van onderdeel a, verricht voor een niet-professionele belegger wint bij hem informatie in over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid ter beoordeling van de geschiktheid van de in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten voor deze niet-professionele belegger ten aanzien van:
in aanmerking komende passiva als bedoeld in artikel 72 bis met uitzondering van artikel 72 bis, eerste lid, onderdeel b, en artikel 72 ter, derde tot en met vijfde lid, van de verordening kapitaalvereisten;
kapitaalinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden van artikel 52, eerste lid, van de verordening kapitaalvereisten; of,
kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 63 van de verordening kapitaalvereisten.
Lid 2
De beleggingsonderneming gaat niet over tot het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in het eerste lid, of het verrichten van een beleggingsactiviteit als bedoeld in het eerste lid, dan nadat zij zich op grond van de ingevolge het eerste lid ingewonnen informatie ervan heeft vergewist dat de in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten, bedoeld in het eerste lid, geschikt zijn voor de niet-professionele belegger.
Lid 3
Onverminderd het eerste lid wint de beleggingsonderneming bij de niet-professionele belegger informatie in over de samenstelling van diens portefeuille van financiële instrumenten, daaronder begrepen de beleggingen in de in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten, bedoeld in het eerste lid. Voor de toepassing van dit lid vallen deposito’s binnen de portefeuille van financiële instrumenten van de niet-professionele belegger en vallen financiële instrumenten waarop een zekerheidsrecht is gevestigd daarbuiten.
Lid 4
Onverminderd het tweede lid gaat de beleggingsonderneming uitsluitend over tot het verlenen van de beleggingsdienst, bedoeld in artikel 1:1 met uitzondering van de onderdelen d tot en met f, of het verrichten van de beleggingsactiviteit, bedoeld in het eerste lid, indien de portefeuille van financiële instrumenten van de niet-professionele belegger meer bedraagt dan € 500.000 op het moment van het verlenen van de beleggingsdienst of, indien diens portefeuille minder bedraagt dan € 500.000, is voldaan aan de volgende voorwaarden:
de niet-professionele belegger belegt niet meer dan een totaalbedrag ter grootte van 10% van zijn portefeuille van financiële instrumenten in in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten als bedoeld in het eerste lid; en
het initiële bedrag dat wordt belegd in in aanmerking komende passiva en kapitaalinstrumenten of achtergestelde schuldinstrumenten als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten minste € 10.000.
Lid 5
De beleggingsonderneming verstrekt de niet-professionele belegger een geschiktheidsverklaring op een duurzame drager voordat de in het eerste lid bedoelde beleggingsdienst of beleggingsactiviteit wordt verleend onderscheidenlijk verricht.
Lid 6
De artikelen 54 en 55 van de gedelegeerde verordening markten voor financiële instrumenten 2014 inzake organisatorische eisen zijn van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de geschiktheid en de geschiktheidsverklaring.
Artikel 4:23b
Lid 1
Indien een beleggingsonderneming een niet-professionele belegger adviseert of een individueel vermogen beheert voor een niet-professionele belegger waarbij van financiële instrumenten wordt gewisseld, wint de beleggingsonderneming informatie in over de wissel van financiële instrumenten en analyseert zij de kosten en baten daarvan.
Lid 2
Indien sprake is van advies deelt de beleggingsonderneming de niet-professionele belegger mee of de baten van de wissel van financiële instrumenten al dan niet groter zijn dan de kosten daarvan.
Lid 3
Het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsonderneming die een professionele belegger adviseert of een individueel vermogen beheert voor een professionele belegger en de professionele belegger de beleggingsonderneming heeft meegedeeld dat hij inzicht wil verkrijgen in de kosten en baten van de wissel van financiële instrumenten. De beleggingsonderneming legt de communicatie hierover met de professionele belegger vast in een register.
Lid 4
Onder wissel van instrumenten als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het verkopen van een financieel instrument en het kopen van een ander financieel instrument of het uitoefenen van een recht om een wijziging aan te brengen met betrekking tot een bestaand financieel instrument.
Artikel 4:24
Lid 1
Indien een financiële onderneming zonder daarbij tevens te adviseren een andere beleggingsdienst dan het beheren van een individueel vermogen of een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere financiële dienst verleent, wint zij informatie in over de kennis en ervaring van de consument, of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt met betrekking tot de desbetreffende financiële dienst of financieel product, opdat zij kan beoordelen of deze dienst of dat product passend is voor de consument onderscheidenlijk de cliënt.
Lid 2
Indien sprake is van het verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in het eerste lid in combinatie met een andere financiële dienst of financieel product, dient bij de beoordeling van de passendheid te worden nagegaan of de gehele dienstverlening of de combinatie van de financiële dienst en het financieel product passend is.
Lid 3
Indien de financiële onderneming op basis van de in het eerste lid bedoelde informatie van mening is dat de financiële dienst niet passend is voor de consument of de cliënt, waarschuwt zij deze.
Lid 4
Indien de consument of de cliënt geen of onvoldoende informatie verschaft over zijn kennis en ervaring, waarschuwt de financiële onderneming de consument onderscheidenlijk de cliënt dat zij als gevolg daarvan niet in staat is na te gaan of de financiële dienst voor hem passend is.
Lid 5
Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op het op initiatief van de cliënt verlenen van een beleggingsdienst als bedoeld in onderdeel a of b van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1, voor zover niet tevens sprake is van een nevendienst als bedoeld in onderdeel b van de definitie van nevendienst in artikel 1:1, met betrekking tot:
aandelen die tot de handel van een gereglementeerde markt of een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is dat door de Europese Commissie als gelijkwaardig is erkend in overeenstemming met artikel 25, vierde lid, onderdeel a, tweede, derde en vierde alinea, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 of een multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten, voor zover het geen rechten van deelneming in beleggingsinstellingen of aandelen die een afgeleid instrument omvatten betreft;
instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, met uitzondering van instrumenten die een afgeleid instrument behelzen of een structuur hebben die het moeilijk maakt voor de cliënt te begrijpen welk risico eraan verbonden is;
obligaties of andere vormen van gesecuritiseerde schuld die op een gereglementeerde markt, een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is of op een multilaterale handelsfaciliteit zijn toegelaten, met uitzondering van die welke een afgeleid instrument behelzen of een structuur hebben die het moeilijk maakt voor de cliënt om te begrijpen welk risico eraan verbonden is;
rechten van deelneming in een icbe, met uitzondering van de gestructureerde icbe’s, bedoeld in artikel 36, eerste lid, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 583/2010 van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU 2010, L 176);
gestructureerde deposito’s als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 43, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014, met uitzondering van deposito’s die het voor de cliënt moeilijk maken het rendementsrisico of de kosten van het vervroegd uitstappen in te schatten;
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere financiële instrumenten, indien de financiële onderneming voorafgaand aan het verlenen van de beleggingsdienst de cliënt kenbaar maakt dat zij de geschiktheid van de financiële dienst of het financieel product voor de cliënt niet heeft beoordeeld.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de inhoud van de informatie, bedoeld in het eerste lid, de wijze waarop deze wordt ingewonnen, de wijze waarop de beoordeling van de passendheid van de financiële dienst of het financieel product voor de consument of cliënt plaatsvindt, en de inhoud en de vorm van de waarschuwing, bedoeld in het derde en vierde lid.
Lid 7
De waarschuwingen bedoeld in het derde en vierde lid, en het kenbaar maken, bedoeld in het vijfde lid, mogen in gestandaardiseerde vorm geschieden.
Artikel 4:24a
Lid 1
Een financiëledienstverlener neemt op zorgvuldige wijze de gerechtvaardigde belangen van de consument of begunstigde in acht.
Lid 2
Een financiëledienstverlener die adviseert, handelt in het belang van de consument of begunstigde.
Lid 3
De Autoriteit Financiële Markten geeft met betrekking tot het eerste en tweede lid slechts toepassing aan artikel 1:75 bij evidente misstanden die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden.
Lid 4
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit artikel aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit artikel in de praktijk.
Artikel 4:25
Lid 1
Een financiële onderneming houdt zich bij de behandeling van de deelnemer, de consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid. Onder nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid worden mede verstaan regels met betrekking tot de kosten die de financiële onderneming in rekening brengt indien de deelnemer, consument of cliënt een overeenkomst inzake een financiële dienst of een financieel product beëindigt en een overeenkomst met betrekking tot die financiële dienst onderscheidenlijk dat financieel product aangaat met een andere financiële onderneming.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het eerste lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het adviseren over financiële instrumenten of het beheren van een individueel vermogen, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Lid 3
De voordracht voor een op grond van het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur die strekt tot wijziging van een reeds op grond van dat lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd, behoudens indien het vaststellen van de algemene maatregel van bestuur naar het oordeel van Onze Minister spoedeisend is.
Artikel 4:25a
Lid 1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:
de beloning of vergoeding, in welke vorm ook, voor het aanbieden, adviseren, bemiddelen of optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent inzake een financieel product, en de wijze van uitbetaling daarvan;
een verbod op het verschaffen of ontvangen van nader aan te wijzen provisies.
Lid 2
De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van de krachtens het eerste lid gestelde regels, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
Artikel 4:25b
Lid 1
Voorafgaand aan het verlenen van een financiële dienst inzake een financieel product, ter zake waarvan een verbod geldt voor het verschaffen of ontvangen van bepaalde provisies op grond van artikel 4:25a eerste lid, onderdeel b, informeert de financiëledienstverlener de consument of, indien het een verzekering betreft, de cliënt over:
de aard en reikwijdte van de dienstverlening;
de wijze waarop de financiëledienstverlener wordt beloond;
de kosten van de dienstverlening die de consument of, indien het een verzekering betreft, cliënt betaalt;
de belangen van de financiëledienstverlener die van invloed kunnen zijn op de dienstverlening aan de consument of cliënt; en
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen die relevant kunnen zijn voor de adequate beoordeling van de dienstverlening door de consument of cliënt.
Lid 2
Voorafgaand aan het verlenen van een financiële dienst inzake een financieel product, anders dan producten waarvoor het eerste lid geldt, informeert de bemiddelaar of adviseur, die het aanbevolen financieel product niet tevens aanbiedt, de consument of, indien het een verzekering betreft, de cliënt over:
de aard en reikwijdte van de dienstverlening;
de wijze waarop de bemiddelaar of adviseur, die het aanbevolen financieel product niet tevens aanbiedt, wordt beloond, alsmede in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, de hoogte van de beloning of vergoeding;
de belangen van de bemiddelaar of adviseur, die het aanbevolen financieel product niet tevens aanbiedt, die van invloed kunnen zijn op de dienstverlening aan de consument of de cliënt; en
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot vorm, inhoud, moment en wijze van verstrekking van de informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Lid 4
Indien bij het verlenen van een financiële dienst meerdere financiëledienstverleners zijn betrokken, kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden bepaald op wie de verplichting rust de informatie, bedoeld in het eerste of tweede lid, te verstrekken.
Artikel 4:25c
Indien een beleggingsonderneming van een andere beleggingsonderneming de opdracht krijgt om beleggingsdiensten of nevendiensten voor een cliënt te verlenen:
kan zij vertrouwen op de gegevens over de cliënt die zijn verstrekt door de andere beleggingsonderneming die de opdracht heeft gegeven;
mag zij erop vertrouwen dat het door de andere onderneming aan de cliënt verstrekte advies over financiële instrumenten of de voorgestelde wijze van beheer van het individuele vermogen van de cliënt overeenkomt met hetgeen bij of krachtens deze wet daaromtrent is bepaald.
Artikel 4:25d
Een betaaldienstverlener neemt bij het uitoefenen van zijn bedrijf Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in acht.
Artikel 4:25e
De Autoriteit Financiële Markten kan een financiële onderneming waaraan een bestuurlijke sanctie of maatregel als bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de verordening essentiële-informatiedocumenten is opgelegd wegens overtreding van die verordening, verplichten een directe mededeling tot de betrokken niet-professionele belegger te richten waarin hem informatie over de bestuursrechtelijke sanctie of maatregel wordt gegeven en hem wordt meegedeeld waar klachten of schadevorderingen kunnen worden ingediend.