Afdeling 4.2.2. Structurering en inrichting

Wordt genoemd in:

Artikel 4:12

Lid 1

De artikelen 4:13, 4:144:15a, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op beheerders van icbe’s met zetel in een andere lidstaat die geen icbe met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden, icbe’s met zetel in een andere lidstaat en de eventueel aan die instellingen verbonden bewaarders.

Lid 2

De artikelen 4:13, 4:154:15a en 4:17 zijn niet van toepassing op:

  1. bemiddelaars in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat;

  2. financiëledienstverleners met zetel in een andere lidstaat of een aangewezen staat die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen;

  3. herverzekeringsbemiddelaars met zetel in een andere lidstaat; en

  4. premiepensioeninstellingen.

Lid 3

Artikel 4:17 is niet van toepassing op clearinginstellingen met zetel in een aangewezen staat.

Lid 4

Artikel 4:13, het ingevolge artikel 4:14, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, bepaalde en artikel 4:15a zijn niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.

Lid 5

De artikelen 4:13 en 4:15a zijn niet van toepassing op financiëledienstverleners die voor de uitoefening van het bedrijf van bank, elektronischgeldinstelling of verzekeraar een door de Nederlandsche Bank dan wel de Europese Centrale Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.

Lid 6

De artikelen 4:13, 4:14, 4:15a, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op beheerders van een icbe met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten icbe’s met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden.

Lid 7

De artikelen 4:13 en 4:15a is niet van toepassing op beheerders van een icbe met zetel in een andere lidstaat die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor icbe’s met zetel in Nederland beheren of rechten van deelneming in icbe’s in Nederland aanbieden.

Lid 8

De artikelen 4:13, 4:15a en 4:16 zijn niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat, beleggingsinstellingen met zetel in een aangewezen staat en de eventueel aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders.

Lid 9

De artikelen 4:13, 4:15a en 4:16 zijn niet van toepassing op beheerders met zetel in een andere lidstaat of beheerders met een andere lidstaat als lidstaat van herkomst.

Lid 10

De artikelen 4:13, 4:15, 4:15a en 4:17 zijn niet van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen en herverzekeringsbemiddelaars met zetel in Nederland, ten aanzien waarvan de Autoriteit Financiële Markten met de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat is overeengekomen dat die instantie als bevoegde autoriteit optreedt in de zin van artikel 7, eerste lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.

Lid 11

In afwijking van het tweede lid, onderdelen a en c, zijn de artikelen 4:13, 4:15, 4:15a en 4:17 van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen en herverzekeringsbemiddelaars met hoofdvestiging in Nederland en zetel in een andere lidstaat, ten aanzien waarvan de Autoriteit Financiële Markten met de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat is overeengekomen dat de Autoriteit Financiële Markten als bevoegde autoriteit optreedt in de zin van artikel 7, eerste lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.

Lid 12

De artikelen 4:14, 4:16 en 4:17 zijn niet van toepassing op kredietservicers met zetel in een andere lidstaat.

Artikel 4:13

Lid 1

Een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, de door de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen onderscheidenlijk icbe's, de beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beleggingsonderneming, de bewaarder onderscheidenlijk de financiëledienstverlener.

Lid 2

Een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur indien het recht van een staat die geen lidstaat is, dat op die personen van toepassing is, een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, de door de beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe beheerde beleggingsinstellingen onderscheidenlijk icbe's, de beleggingsmaatschappij, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, de beleggingsonderneming, de bewaarder onderscheidenlijk de financiëledienstverlener.

Artikel 4:14

Lid 1

Een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, beleggingsinstelling, icbe, beleggingsonderneming, bewaarder, kredietservicer of pensioenbewaarder richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar bedrijf waarborgt.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op:

  1. het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s;

  2. integriteit, waaronder wordt verstaan het tegengaan van:

    1. belangenverstrengeling;

    2. het begaan van strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de financiële onderneming of haar werknemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden;

    3. relaties met cliënten, deelnemers of kredietnemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; en

    4. andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad; en

  3. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers, waaronder wordt verstaan:

    1. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten, deelnemers of kredietnemers;

    2. het waarborgen van de vastlegging van de relatie met de cliënten, deelnemers of kredietnemers;

    3. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers;

    4. het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiële onderneming en cliënten, deelnemers of kredietnemers en tussen de cliënten, deelnemers of kredietnemers onderling;

    5. het waarborgen van de rechten van cliënten, deelnemers of kredietnemers; en

    6. andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen.

Lid 3

Onverminderd de artikelen 3:17 en 3:27 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur ten aanzien van clearinginstellingen met zetel in Nederland en bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.

Lid 4

Onverminderd artikel 3:17 is het tweede lid, aanhef en onderdeel c, van overeenkomstige toepassing op premiepensioeninstellingen.

Lid 5

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, met uitzondering van het met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 4:14a

Een centrale effectenbewaarinstelling als bedoeld in de verordening centrale effectenbewaarinstellingen beschikt over passende procedures voor het melden van inbreuken, bedoeld in artikel 65 van die verordening.

Artikel 4:15

Lid 1

Een financiëledienstverlener die niet het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefent, richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op:

  1. integriteit, waaronder wordt verstaan:

    1. het tegengaan van het begaan van strafbare feiten en andere wetsovertredingen door de financiëledienstverlener of zijn werknemers die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden; en

    2. het nemen van maatregelen met betrekking tot andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen onderwerpen die tot de integere uitoefening van het bedrijf van een financiëledienstverlener worden gerekend; en

  2. ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten en consumenten, waaronder wordt verstaan:

    1. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten of consumenten; en

    2. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten of consumenten.

Lid 3

In aanvulling op het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiëledienstverlener en cliënten en tussen cliënten onderling voor zover het gaat om het adviseren of bemiddelen in een verzekering met een beleggingscomponent door een financiëledienstverlener.

Lid 4

Het ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel b, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van financiële instelling, bank of verzekeraar uitoefenen.

Lid 5

Het ingevolge het derde lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op financiëledienstverleners die het bedrijf van verzekeraar uitoefenen voor zover het gaat om het aanbieden van of adviseren over een verzekering met een beleggingscomponent.

Lid 6

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Artikel 4:15a

Lid 1

Een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder van een icbe, financiëledienstverlener of pensioenbewaarder beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat natuurlijke personen die in Nederland werkzaam zijn onder haar verantwoordelijkheid en wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden of die zich rechtstreeks bezighouden met het verlenen van financiële diensten, een eed of belofte afleggen.

Lid 2

Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste lid draagt er zorg voor dat de in dat lid bedoelde eed of belofte wordt nageleefd.

Lid 3

Het eerste lid is niet van toepassing op natuurlijke personen als bedoeld in artikel 4:9 die reeds in het kader van de geschiktheid een eed of belofte afleggen.

Lid 4

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4:16

Lid 1

Indien een financiële onderneming werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt die financiële onderneming er zorg voor dat deze derde de ingevolge dit deel met betrekking tot die werkzaamheden op de uitbestedende financiële onderneming van toepassing zijnde regels naleeft.

Lid 2

Een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, bewaarder, betaalinstelling of elektronischgeldinstelling besteedt bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen werkzaamheden niet uit.

Lid 3

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur:

  1. worden in verband met het toezicht op de naleving van het ingevolge dit deel bepaalde, regels gesteld met betrekking tot het uitbesteden van werkzaamheden door financiële ondernemingen;

  2. worden regels gesteld met betrekking tot de beheersing van risico’s die verband houden met het uitbesteden van werkzaamheden door beheerders van beleggingsinstellingen, beheerders van icbe’s, bewaarders en beleggingsondernemingen; en

  3. worden regels gesteld met betrekking tot de tussen een beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, bewaarder, beleggingsonderneming of kredietservicer en de derde te sluiten overeenkomst inzake het uitbesteden van werkzaamheden.

Lid 4

De werkzaamheden van een emittent-CSD als bedoeld in artikel 1 van de Gedelegeerde verordening (EU) 2017/392 van de Commissie van 11 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake de vergunnings-, toezichts- en operationele vereisten voor centrale effectenbewaarinstellingen worden niet beschouwd als het uitbesteden van werkzaamheden door een bewaarder.

Artikel 4:17

Lid 1

Een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent, een betaaldienstverlener, clearinginstelling, financiëledienstverlener of kredietservicer draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten, consumenten, deelnemers of kredietnemers over betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming. Hiertoe:

  1. beschikt de financiële onderneming over een interne klachtenprocedure, gericht op een spoedige en zorgvuldige behandeling van klachten; en

  2. is de financiële onderneming aangesloten bij een door Onze Minister op grond van artikel 16, eerste lid, van de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten aangewezen instantie tot beslechting van geschillen met betrekking tot betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van de financiële onderneming, tenzij er geen zodanige instantie is.

Lid 2

Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op financiële ondernemingen voorzover zij:

  1. beleggingsdiensten uitsluitend voor professionele beleggers verlenen; of

  2. optreden als clearinginstelling.

Lid 3

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de afhandeling van klachten. Voorts kunnen, in aanvulling op de Implementatiewet buitengerechtelijke geschillenbeslechting consumenten gestelde regels, bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aan instanties of procedures tot buitengerechtelijke beslechting van geschillen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, te stellen eisen, alsmede regels met betrekking tot de door die instanties aan Onze Minister te verstrekken informatie.

Lid 4

Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing op een kredietkoper en kredietservicingaanbieder.