Afdeling 3a.2.3. Besluit tot afwikkeling
Wordt genoemd in:
Artikel 3a:84
De Nederlandsche Bank past afwikkelingsmaatregelen toe met inachtneming van de volgende doelstellingen:
bescherming van de belangen van gerechtigden op vorderingen krachtens directe verzekering;
het voorkomen van grote maatschappelijke gevolgen;
het voorkomen van significante nadelige gevolgen voor de financiële markten of de economie; of,
het voorkomen van de inzet van van overheidswege te verstrekken financiële middelen.
Artikel 3a:85
Lid 1
De Nederlandsche Bank besluit tot afwikkeling van een verzekeraar, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de verzekeraar faalt of zal waarschijnlijk falen;
het valt redelijkerwijze niet te verwachten dat met betrekking tot de verzekeraar te nemen alternatieve maatregelen binnen een afzienbaar tijdsbestek het falen zouden voorkomen; en
afwikkeling is in het algemeen belang.
Lid 2
Een verzekeraar wordt geacht te falen of waarschijnlijk te zullen falen indien:
de verzekeraar op een zodanige wijze inbreuk maakt op de wettelijke eisen, de vergunningsvereisten of de aan de vergunning verbonden voorwaarden, of er objectieve aanwijzingen bestaan voor de veronderstelling dat de verzekeraar in de nabije toekomst op een zodanige wijze daarop inbreuk zal maken dat intrekking van de vergunning gerechtvaardigd is;
de waarde van de activa van de verzekeraar geringer is dan de waarde van de passiva, of er objectieve aanwijzingen zijn dat de activa van de verzekeraar in de nabije toekomst geringer zullen zijn dan zijn passiva;
de verzekeraar niet in staat is of er objectieve aanwijzingen zijn voor de vaststelling dat de verzekeraar in de nabije toekomst niet in staat zal zijn zijn schulden of andere passiva te betalen wanneer deze opeisbaar worden; of
voor het voortbestaan van de verzekeraar van overheidswege te verstrekken financiële steun noodzakelijk is.
Lid 3
Afwikkeling is in het algemeen belang indien dit noodzakelijk is om de in artikel 3A:84, onderdeel a, tezamen met onderdeel b, c of d van dat artikel, of de in onderdeel b, c, of d van dat artikel vermelde doelstellingen te verwezenlijken en deze doelstellingen niet in dezelfde mate verwezenlijkt zouden worden indien de verzekeraar in faillissement zou worden geliquideerd.
Artikel 3a:86
Lid 1
De Nederlandsche Bank besluit tot afwikkeling van een groep indien door de verzekeraar en de moederonderneming van de verzekeraar wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld, in artikel 3A:85, eerste lid.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan eveneens besluiten tot afwikkeling van de groep indien de verzekeraar in een groep voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, en het falen van die verzekeraar een bedreiging vormt voor een andere verzekeraar in de groep of de groep als geheel, terwijl door de moederonderneming niet wordt voldaan aan die voorwaarden.
Artikel 3a:87
De Nederlandsche Bank kan besluiten tot afwikkeling van een bijkantoor in Nederland van een verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien door dat bijkantoor dan wel de verzekeraar wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, en:
het bijkantoor of de verzekeraar niet voldoet of waarschijnlijk niet zal voldoen aan ingevolge deze wet gestelde prudentiële eisen en er geen aanwijzingen zijn dat er ten aanzien van die verzekeraar binnen een afzienbare termijn een met afwikkeling vergelijkbare procedure of insolventieprocedure zal worden geopend; of
de bevoegde autoriteit van de staat van de zetel van de verzekeraar ten aanzien van de verzekeraar een met afwikkeling vergelijkbare procedure heeft geopend of de Nederlandsche Bank in kennis heeft gesteld van haar voornemen om een dergelijke procedure te openen.
Artikel 3a:88
Lid 1
Indien de Nederlandsche Bank een besluit neemt als bedoeld in de artikelen 3A:85, eerste lid, 3A:86, of 3A:87, lijden de houders van eigendomsinstrumenten of de schuldeisers van wie vorderingen zijn afgeschreven of omgezet, geen grotere verliezen dan zij zouden hebben geleden indien de entiteit onmiddellijk voorafgaand aan dat besluit in faillissement zou zijn geliquideerd.
Lid 2
Indien de Nederlandsche Bank ter uitvoering van een besluit als bedoeld in het eerste lid besluit tot overgang van gedeelten van de activa of passiva van de entiteit in afwikkeling, ontvangen de houders van eigendomsinstrumenten en de schuldeisers van wie vorderingen niet zijn overgegaan, onverminderd het eerste lid, ter voldoening van hun vorderingen ten minste evenveel als zij zouden hebben ontvangen indien de entiteit in afwikkeling onmiddellijk voorafgaand aan de overgang in faillissement zou zijn geliquideerd.
Artikel 3a:89
Lid 1
Alvorens een besluit te nemen als bedoeld in de artikelen 3A:85, 3A:86 of 3A:87, draagt de Nederlandsche Bank er zorg voor dat door een onafhankelijke persoon een waardering van de activa en passiva van de entiteit wordt verricht.
Lid 2
Indien een waardering als bedoeld in het eerste lid niet tijdig mogelijk is, kan de Nederlandsche Bank een voorlopige waardering van de activa en passiva van de entiteit verrichten.
Lid 3
Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt zo spoedig mogelijk alsnog een waardering door een onafhankelijke persoon verricht.
Lid 4
Een waardering als bedoeld in het eerste of tweede lid heeft tot doel:
als grondslag te dienen voor de vaststelling of is voldaan aan de voorwaarden voor afwikkeling, bedoeld in artikel 3A:85, eerste lid, of 3A:86;
indien aan de voorwaarden voor afwikkeling is voldaan, als grondslag te dienen voor het besluit tot toepassing van een of meer afwikkelingsinstrumenten;
er in alle gevallen zorg voor te dragen dat elk verlies met betrekking tot de activa van een entiteit volledig is onderkend op het moment waarop de afwikkelingsinstrumenten worden toegepast.
Lid 5
In de waardering wordt de volgorde van de vorderingen waarin deze in faillissement op de boedel zouden worden verhaald opgenomen, alsmede met een inschatting van de uitkering die na de verificatie op vorderingen zou kunnen worden gedaan indien de entiteit in faillissement zou zijn geliquideerd.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de waardering, bedoeld in het eerste en tweede lid en de inschatting, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 3a:90
De Nederlandsche Bank draagt er zorg voor dat de waardering, bedoeld in artikel 3A:89, eerste lid, periodiek wordt herzien.
Artikel 3a:91
Lid 1
Nadat de Nederlandsche Bank een besluit als bedoeld in artikel 3A:85, 3A:86 of 3A:87 heeft genomen, draagt zij er zo spoedig mogelijk zorg voor dat door een onafhankelijke persoon een waardering wordt verricht teneinde te verifiëren of aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3A:88, eerste en tweede lid is voldaan.
Lid 2
Bij de waardering wordt bepaald:
welk verlies de houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers zouden hebben geleden, indien de betrokken entiteit onmiddellijk voorafgaand aan dat besluit in een faillissement zou zijn geliquideerd;
het daadwerkelijke verlies dat houders van eigendomsinstrumenten en schuldeisers hebben geleden als rechtstreeks en noodzakelijk gevolg van de toepassing van het afwikkelingsinstrument; en
of er sprake is van een verschil tussen de verliezen, bedoeld in de onderdelen a en b.
Lid 3
Bij de waardering wordt de waarde van de activa verminderd met van overheidswege verstrekte financiële steun.
Lid 4
Indien uit de waardering blijkt dat een houder van eigendomsinstrumenten of schuldeiser grotere verliezen heeft geleden dan hij zou hebben geleden in faillissement, kent de Nederlandsche Bank een vergoeding toe ter grootte van het verschil ten laste van de financieringsregeling, bedoeld in artikel 3A:138.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot berekening van de verliezen, bedoeld in het tweede lid.