Afdeling 1.7.2. Beheerst beloningsbeleid

Artikel 1:117

Lid 1

Een financiële onderneming waarop artikel 3:17, 4:14 of 4:15 van toepassing is, voert als onderdeel van de in die artikelen bedoelde beheerste bedrijfsvoering een beheerst beloningsbeleid, dat schriftelijk wordt vastgelegd.

Lid 2

Het beloningsbeleid is afgestemd op de omvang en organisatie van de onderneming en op de aard, reikwijdte en complexiteit van haar activiteiten, en is genderneutraal.

Lid 3

De onderneming beschikt over procedures en maatregelen ter implementatie, uitvoering en instandhouding van het beloningsbeleid.

Lid 4

De toezichthouder kan nadere regels stellen met betrekking tot:

  1. de wijze waarop het beloningsbeleid wordt opgesteld en vastgesteld of goedgekeurd, uitgevoerd, geëvalueerd en aangepast;

  2. de wijze waarop vorm wordt gegeven aan beloningscomponenten en beloningsstructuren en de wijze waarop de risico’s die uit het beleid en de uitvoering daarvan voortvloeien, worden beheerst.

Lid 5

Bij het vaststellen van de regels, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, voor banken, beleggingsondernemingen met zetel in Nederland waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 is verleend en de ondernemingen, bedoeld in artikel 109, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, neemt de toezichthouder de relevante bepalingen van de richtlijn kapitaalvereisten en, waar het beleggingsondernemingen in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen betreft, van laatstgenoemde richtlijn in acht. Voor de toepassing van artikel 94, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de richtlijn kapitaalvereisten en artikel 32, vierde lid, aanhef en onderdeel b, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen geldt als bovengrens een jaarlijkse variabele beloning van EUR 50.000,–, die niet meer dan 10% van de totale jaarlijkse beloning van het personeelslid bedraagt.

Artikel 1:118

Lid 1

Het beloningsbeleid van een financiële onderneming waarop artikel 3:17 van toepassing is, omschrijft de beloningscomponenten en beloningsstructuren die ertoe zouden kunnen bijdragen dat de onderneming meer risico’s neemt dan voor haar aanvaardbaar is, alsmede de te volgen procedures en maatregelen die dergelijke beloningscomponenten en beloningsstructuren voorkomen en beheersen. Het beloningsbeleid strookt met de resultaten, de financiële soliditeit, de bedrijfsstrategie, de doelstellingen, de waarden en de langetermijnbelangen van de onderneming en is in overeenstemming met, en draagt bij aan een degelijk en doeltreffend risicobeheer.

Lid 2

Het beloningsbeleid omvat ten minste de volgende elementen:

  1. de binnen de onderneming geldende passende verhoudingen tussen de vaste en variabele beloning;

  2. de verhouding tussen de toegekende en uitgekeerde variabele beloning;

  3. de samenstelling van de variabele beloning;

  4. de criteria en prestaties waar de variabele beloning op wordt gebaseerd, waaronder de prestaties van een natuurlijk persoon werkzaam onder zijn verantwoordelijkheid, het bedrijfsonderdeel en de onderneming;

  5. hoe de beloningen binnen de onderneming zich verhouden tot de functie van de onderneming in de sector en de positie in de samenleving alsmede de wijze van totstandkoming van deze verhouding.

Lid 3

Bij de beoordeling van de in het tweede lid, onderdeel d, bedoelde prestaties worden zowel financiële als niet-financiële criteria gehanteerd. De variabele beloning wordt voor ten minste 50% gebaseerd op niet-financiële criteria.

Artikel 1:119

Lid 1

Het beloningsbeleid van een financiële onderneming waarop artikel 4:14 of 4:15 van toepassing is, omschrijft onder verwijzing naar de specifieke financiële diensten of andere activiteiten die door of in naam van de onderneming worden verleend of verricht, de beloningscomponenten en beloningsstructuren die kunnen leiden tot het risico van onzorgvuldige behandeling van consumenten, cliënten, deelnemers, pensioendeelnemers of pensioengerechtigden, alsmede de te volgen procedures en maatregelen die dat risico voorkomen en beheersen. Het beloningsbeleid is erop gericht te voorkomen dat consumenten, cliënten, deelnemers, pensioendeelnemers of pensioengerechtigden onzorgvuldig worden behandeld.

Lid 2

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een in Nederland gelegen bijkantoor van een beleggingsonderneming met zetel in een andere lidstaat.

Lid 3

Artikel 1:118, tweede lid, aanhef en onderdelen a, c, d en e, en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.