Artikel 236 Faillissementswet

Lid 1

Indien een wederkerige overeenkomst bij de aanvang van de surseance zowel door de schuldenaar als door zijn wederpartij in het geheel niet of slechts gedeeltelijk is nagekomen en de schuldenaar en de bewindvoerder zich niet binnen een hun daartoe schriftelijk door de wederpartij gestelde redelijke termijn bereid verklaren de overeenkomst gestand te doen, verliezen zij het recht hunnerzijds nakoming van de overeenkomst te vorderen.

Lid 2

Indien de schuldenaar en de bewindvoerder zich wel tot nakoming van de overeenkomst bereid verklaren, zijn zij verplicht desverlangd voor deze nakoming zekerheid te stellen.

Lid 3

De vorige leden zijn niet van toepassing op overeenkomsten waarbij de schuldenaar slechts verbintenissen op zich heeft genomen tot door hem persoonlijk te verrichten handelingen.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 236 Fw is sinds 2003 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Gelderland en Rb. 's-Gravenhage.

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:3598 — 14-07-2021 Rb. Gelderland
    Verbintenissenrecht en goederenrecht. Bouwovereenkomst t.z.v. een evenementenschip. Geschil over het over en weer verschuldigde na vertraging in de oplevering en opzegging van de overeenkomst. Rol expert. Recht op afgifte. Verschuldigdheid boete, Covid.
  • ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ5045 — 14-07-2004 Rb. 's-Gravenhage
    Citibank vordert onder meer dat de rechtbank KPN en KPN Telecom zal veroordelen tot betaling aan Citibank van € 18.637.433,19; KPN Mobile zal veroordelen tot betaling aan Citibank van € 131.616,05; KPN c.s. zal veroordelen tot betaling van € 50.000,-- aan buitengerechtelijke…
  • ECLI:NL:RBAMS:2003:AF3760 — 29-01-2003 Rb. Amsterdam
    -

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.