Artikel 241c Faillissementswet
Lid 1
Tijdens de afkoelingsperiode kan de ontvanger die een beslag heeft gelegd als bedoeld in artikel 22, derde lid, Invorderingswet 1990, niet tot uitwinning overgaan, tenzij de rechter-commissaris anders beslist.
Lid 2
Een beslag als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de Invorderingswet 1990 dat tijdens de afkoelingsperiode wordt gelegd op een zaak die zich op de bodem van de schuldenaar bevindt en die niet aan hem toebehoort, kan niet worden tegengeworpen aan de eigenaar van de zaak of, als daarop een pandrecht van een ander rust, aan die ander, indien deze voordat het beslag was gelegd bij deurwaardersexploot aanspraak heeft gemaakt op afgifte van de zaak.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 241c Fw is sinds 2006 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Oost-Brabant, Hof Amsterdam en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2013:1910 — 13-12-2013 Hoge Raad
Prejudiciële beslissing, art. 392 Rv. Uitleg art. 241c lid 2 Fw. Geldt deze bepaling mede ten behoeve van houder van stil pandrecht op aan schuldenaar toebehorende zaak? Verschil met HR 17 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BE7451, NJ 2009/92 (Singulus/Nemox). Strekking van art. 241c… - ECLI:NL:OGHACMB:2016:90 — 07-06-2016 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Bodembeslag. Afkoelingsperiode. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2016:17. - ECLI:NL:GHAMS:2006:AZ4329 — 28-09-2006 Hof Amsterdam
Ontvanger heeft zich kunnen verhalen op machines door de werking van de afkoelingsperiode, maar in strijd met de strekking daarvan. Belang van de boedel en continuïteit van de onderneming. Bodembeslag niet aan schuldeiser tegenwerpen; geen bankgarantie verlangen. - ECLI:NL:RBOBR:2014:981 — 12-03-2014 Rb. Oost-Brabant
Korte samenvatting: Uitleg van art. 241c lid 2 Fw. Eindvonnis na beantwoording door de Hoge Raad van een prejudiciële vraag. - ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2201 — 20-02-2013 Rb. Oost-Brabant
Korte samenvatting: Prejudiciële vraag aan de Hoge Raad. Een stil pandhouder vraagt om afgifte van verpande zaken nadat surséance van betaling is verleend aan de pandgever, maar afgifte wordt geweigerd i.v.m. een afkoelingsperiode. Binnen die periode wordt de pandgever failliet…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.